Spring naar inhoud

Persoon

IX.61 Philippus Everts 📜 Historische Tijdlijn

Philippus Everts werd geboren op 4 maart 1884 in Neeroeteren als zoon van Joannes Everts en Maria Elisabeth Vliegen.

Beroep: Douanier, later bediende bij de belastingen
Foto van Philippus Everts
Portretfoto Philippe Everts, bron: familiearchief Everts-Leyen
Geboorte: 4 maart 1884 in Neeroeteren
Getuigen: Hermanus Henkens, 38 jaar oud, landbouwer uit Neeroeteren en Leonardus Brouwers, 38 jaar oud, landbouwer uit Neeroeteren.
Doopsel: 4 maart 1884 in Neeroeteren
Getuigen: Philippus Gabriels en Elisabeth Kees.
Burgerlijk huwelijk: 8 juli 1911 in Maaseik
Getuigen: Pieter Everts, 35 jaar oud, schoenmaker uit Neeroeteren, broer van de contractant en Christina Trips, 38 jaar oud, winkelierster uit Maaseik, zus van de contractante.

Philippus Everts is douanier.  Zijn vader Joannes is staatsboswachter in Neeroeteren en is aanwezig bij het huwelijk. Zijn moeder, Elisabeth Vliegen is bij het huwelijk al overleden.
Maria Agnes  is kleermaakster. Haar vader Hendrik is overleden, maar haar moeder Maria Lintermans is aanwezig en geeft toestemming. Zij tekent met "M: Trips"

Kinderen:
Overlijden: 16 juni 1962 in Maaseik

Zijn bidprentje vermeldt: gepensionneerd bediende der belastingen, Oudstrijder en Oorlogsinvalide 1914-1918, Oud-Voorzitter v.d Bond der Kroostrijke Gezinnen, vereerd met meerdere onderscheidingsteken

Bijzonderheden

  • Zijn bijnaam was: 'Lips van de Boy'.

⚠ Openstaande Onderzoeksvragen

Primaire bron doopsel ontbreekt.

Verhalen

Het verhaal van ‘Lips van de Boy’: een leven van plicht, strijd en liefde

Je kan hier het militair dossier van Philippus vinden.

Dit is het verhaal van jullie (over)grootvader, Philippus Everts. Een man die in de volksmond beter bekend stond als “Lips van de Boy”. Zijn leven overspande een van de meest turbulente periodes uit de wereldgeschiedenis, maar hij bleef altijd herinnerd als een rechtvaardige familieman met een enorm groot hart.

Wortels in de bossen van Neeroeteren

Philippus werd geboren op 4 maart 1884 in het rustige Limburgse dorp Neeroeteren. Hij was de zoon van Joannes Everts en Maria Elisabeth Vliegen. Zijn vader Joannes was staatsboswachter, een respectabel en plichtsgetrouw beroep in die tijd. Philippus groeide op in een groot gezin. Voor zijn geboorte hadden zijn ouders al een aantal kinderen verloren, wat in de late negentiende eeuw helaas geen uitzondering was. Hij deelde zijn jeugd met zijn zussen Maria Aldegondis, Maria Josepha, en zijn broers Petrus Henricus, Jacobus Leonardus en Joannes Henricus.

Als jongeman was Philippus een slimme student; zo stond hij bekend als erg goed in wiskunde en ging hij te voet van Neeroeteren naar Maaseik om bij de Kruisheren naar school te gaan. Toen hij rond zijn twintigste medisch werd gekeurd voor het leger, zagen de artsen een jonge man van 1 meter en 61 centimeter lang, met kastanjebruin haar en regelmatige gelaatstrekken.

In dienst van het land en de liefde

In het begin van de twintigste eeuw diende je je land via het lotelingensysteem. Philippus werd op 15 juli 1904 ingelijfd bij het 14de Linieregiment van het Belgische leger. Zijn militaire dienst bestond uit periodes in de kazerne, afgewisseld met “onbepaald verlof” waarbij hij weer naar huis mocht. Zijn gedrag was onberispelijk; zijn strafregister bleef volledig blanco.

In het dagelijkse leven vond Philippus werk als douanier (tolbeambte). Het was een baan die hem langs verschillende grensdorpen zou voeren, zoals Hamont, Lommel en Stokkem. Maar zijn belangrijkste stap zette hij op 8 juli 1911. Op die dag trouwde de toen 27-jarige douanier in Maaseik met Maria Agnes “Jes” Trips, een 29-jarige kleermaakster. Het gezin werd al snel verblijd met de geboorte van hun eerste kinderen: Maria in 1911 in Hamont en Alda in 1913 in Lommel. Het leven leek rustig en veelbelovend.

De vuurdoop: de Grote Oorlog en krijgsgevangenschap

Aan die rust kwam een bruut einde in de zomer van 1914. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werd Philippus op 1 augustus onmiddellijk opgeroepen bij zijn oude eenheid, het 14de Linieregiment. Het Belgische leger moest de strategisch cruciale stad Luik verdedigen tegen de oprukkende Duitse overmacht.

Slechts enkele dagen na de mobilisatie, op 5 en 6 augustus, vocht Philippus in bittere en zware gevechten op het plateau 247 bij de “Cense Rouge” (Rode Hoeve) in Sart-Tilman. Zijn voormalige adjudant, Louis de Suray, zou jaren later schriftelijk getuigen over de “dapperheid” (bravoure) die Philippus die dag toonde. Ze vochten tot hun positie onhoudbaar was. Philippus werd samen met de overlevenden van zijn compagnie door de Duitsers krijgsgevangen genomen.

Er volgden donkere jaren. Philippus werd als krijgsgevangene op de trein naar Duitsland gezet en belandde in Munsterlager in Westfalen. Later werd hij overgebracht naar het kamp in Soltau. Het kampleven eiste een zware tol; in het voorjaar van 1915 werd hij opgenomen in het lazaret (hospitaal) met een zware keelontsteking (angina). Vanuit dat hospitaal stuurde hij in maart 1915 nog een bemoedigende postkaart naar zijn “Vrouw en Moeder” in Maaseik met de geruststellende woorden “…alles gaat nog goe…”.

In het familiearchief Everts-Leyen zit een zeldzame foto van Philippus in gevangenschap. Hij draagt daarop een donkere jas en stevige rijlaarzen en rookt een sigaar. Historisch gezien wijst dit erop dat hij, net als veel lotgenoten in de buurt van Soltau (de Lüneburger Heide), geluk had en werd tewerkgesteld op een Duitse boerderij. Dit “Arbeitskommando” betekende dat hij waarschijnlijk met de boer meeat, wat hem hielp om de zware oorlogsjaren en de blokkade-hongersnood fysiek te overleven. Uiteindelijk zou hij pas in januari 1919, ruim vier jaar nadat hij vertrok, worden gerepatrieerd.

Philippus Everts in krijgsgevangenschap – bron: Familiearchief Everts-Leyen

Een vreemde vader en een nieuw begin

Toen Philippus na maar liefst 42 tot 49 maanden gevangenschap eindelijk thuiskwam, kenden zijn oudste kinderen hem niet of nauwelijks meer. De fysieke en mentale littekens waren diep. Het slechte voedsel in de kampen had gezorgd voor een chronische maagaandoening (gastritis), waarvoor hij in 1933 officieel als oorlogsinvalide (met een invaliditeit die opliep tot 40%) werd erkend en een levenslang pensioen ontving. Voor zijn moed ontving hij later het felbegeerde Oorlogskruis, een officiële frontstreep, en de Strijderskaart.

Philippus Everts, bron: familiearchief Everts-Leyen

Maar Philippus en Maria Agnes pakten de draad weer op. Het gezin verhuisde naar het Kuikenstraatje in Stokkem, waar ze nog vier kinderen kregen: Leon, Catharina (die helaas als baby overleed), Albert en Joanna Maria Theresia, beter bekend als “Hathi”. Later verhuisde het gezin naar Maaseik, waar Philippus als bediende bij de Belastingdienst werkte.

De weldoener van de trein

Het karakter van jullie grootvader bleek in vredestijd uit de herinneringen van zijn jongste dochter Hathi. Philippus was een man die van delen hield. Als gewestelijk propagandist en voorzitter van de Bond van de Kroostrijke Gezinnen zette hij zich in voor grote families. Wanneer Hathi speelgoed te veel had, zoals een mooie speelgoedwinkel, moest ze dat van hem wegbrengen naar gezinnen die het minder breed hadden.

Een prachtig detail uit zijn leven typeert zijn behulpzaamheid: wanneer Philippus de trein nam om zijn studerende kinderen Leon of Alda te bezoeken, ging hij met opzet in een coupé zitten met veel kinderen. Hij vroeg de ouders dan of ze al kinderbijslag ontvingen. Was dat niet het geval? Dan nodigde hij hen thuis uit in de Bleumerstraat om dat papierwerk kosteloos voor hen in orde te maken.

Philippus Everts met zijn kinderen bij het huwelijk van Albert, bron: familiearchief Everts-Leyen

De laatste jaren

Hoewel hij de oorlog overleefde, werd hij later zwaar getroffen toen hij weduwnaar werd. Toch omschreven zijn kinderen hem als iemand die “als een schipper naast God” recht in zijn geloof stond en blijmoedig bleef, ondanks de schaduw van droefenis door het verlies van zijn vrouw. Hij weigerde kwaad te spreken over anderen en kende een “rijpe, maar stille wijsheid, die veel zwijgen kon”.

Zijn oude dag sleet Philippus in de warmte van zijn familie. Hij woonde nog bij zijn zonen Albert in Maaseik en Leon in Bree, waarna hij zijn allerlaatste periode in een rusthuis in Eisden doorbracht. Philippus Everts blies op 16 juni 1962 in Maaseik zijn laatste adem uit. Hij overleed als een geliefde man, gerespecteerd door de staat om zijn opofferingen, maar vooral intens gekoesterd door de kinderen voor wie hij na die donkere oorlogsjaren was teruggekeerd.

Philippus Everts tijdens en na de Grote Oorlog

Lees hier ook het levensverhaal van Philippus

Dossier

1. Basisgegevens en Berekening Frontstrepen (Pagina’s 1-2)

  • Dit is de omslag en het formulier “Proposition Chevrons de Front” met de stamgegevens van Philippus Everts: soldaat van de lichting 1904, 14de Linieregiment, stamnummer 21104.
  • Het document bevat de berekeningen voor frontstrepen en toont “Chevrons de Captivité” (gevangenschapsstrepen) voor een periode van 42 maanden.

2. Fiche met Onderscheidingen (Pagina’s 3-4, 20)

  • Dit is een overzichtskaart (Service des Fiches) van de toegekende medailles.
  • Het bevestigt de toekenning van het Oorlogskruis (Croix de Guerre) op 18 september 1920, de Strijderskaart (Carte du Combattant) op 15 juni 1931, en de Herinneringsmedaille van de regeerperiode van Z.M. Leopold II op 8 juni 1960.

3. Toekenning Invaliditeitspensioen (Pagina’s 5-6, 35)

  • Dit is een officieel besluit van het Ministerie van Landsverdediging, gedateerd 8 augustus 1934.
  • Het document kent hem met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 1933 een levenslang pensioen toe van 2160 frank per jaar.
  • Er wordt verklaard dat hij definitief ongeschikt is voor militaire dienst wegens een aandoening die werd opgelopen in oorlogstijd en tijdens zijn krijgsgevangenschap in het lazaret van Soltau.
  • Op pagina 6 is een interne brief toegevoegd (11 augustus 1939) van de penningmeester ter verduidelijking van zijn Oorlogskruis.

4. Stamboek en Strafregister (Pagina’s 7-8, 13-14)

  • Dit is het “Feuillet Matricule et de Punitions” (Stamboekblad) waarop zijn fysieke signalement (waaronder een gestalte van 1,615 m) en de namen van zijn ouders, Joannes Everts en Elisabeth Vliegen, staan vermeld.
  • Het geeft een overzicht van zijn diensttijd: hij werd ingelijfd op 15 juli 1904, werd krijgsgevangene in Duitsland vanaf 6 augustus 1914, en werd gerepatrieerd op 15 januari 1919.
  • Het strafregister toont dat hij tijdens zijn militaire loopbaan geen enkele tuchtsanctie of straf heeft opgelopen.

5. Medisch Onderzoek (Pagina 9)

  • Dit formulier behoort tot de Provinciale Commissie voor Militaire Pensioenen te Hasselt, waar hij op 13 oktober 1922 werd onderzocht.
  • Hierin werd een invaliditeitsgraad van 20% vastgesteld.

6. Controleblad Diensttijd (Pagina 11)

  • Het “Feuillet-Contrôle” is een document dat per kwartaal zijn vooroorlogse militaire verplichtingen bijhoudt tussen 1904 en 1913.
  • Het bevat notities over periodes van onbepaald verlof, terugroepingen onder de wapens en ziekenhuisopnames in Luik rond 1905.

7. Briefwisseling Dienstberekening (Pagina’s 12, 15-16, 36-38)

  • Dit betreft correspondentie uit 1934, 1946 en 1947 tussen het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Landsverdediging.
  • Het Ministerie van Financiën vroeg zijn exacte bewijs van tegenwoordigheid onder de wapens op om zijn pensioen correct te kunnen berekenen.
  • De antwoorden bevestigen zijn actieve frontdienst en de exacte data van zijn krijgsgevangenschap.

8. Aanvraag Herinneringsmedaille Leopold II (Pagina’s 17-19)

  • Dit is een aanvraagformulier dat op 7 april 1960 werd ingediend door het Nieuw Verbond der Vlaamse Oudstrijders (N.V.V.O.S.).
  • Het dossier bevat een bijgevoegd bewijs van goed zedelijk gedrag, afgeleverd door de politie van Bree, waaruit blijkt dat hij op dat moment op het adres Binnenwal 3 te Bree woonde.

9. Uittreksel Centraal Strafregister (Pagina 21)

  • Een officieel uittreksel (“Extrait du Casier Judiciaire”) dat op 15 juli 1955 werd aangevraagd door Landsverdediging.
  • Het document vermeldt “NEANT”, wat bewijst dat hij geen enkele burgerlijke veroordeling had.

10. Vragenlijsten Strijdersfonds en Frontstrepen (Pagina’s 22-25)

  • Dit zijn vroege formulieren (1920-1921) voor de erkenning als oud-strijder en uitkeringen vanuit het Strijdersfonds.
  • Hij vulde in dat hij op 6 augustus 1914 krijgsgevangen werd genomen te Sart-Tilman en pas op 13 januari 1919 werd gerepatrieerd.
  • Er is genoteerd dat hij 49 maanden gevangenschap/privatie heeft geleden en dat hij destijds een begiftiging van 300 frank (“voor herstel der haardstede”) ontving.

11. Officiële Goedkeuring Frontstreep (Pagina’s 26-27, 41-44)

  • Dit is het Proces-Verbaal van Commissie Nr. 1 te Luik, opgesteld op 15 november 1933.
  • Dit document formaliseert de beslissing om hem als ex-krijgsgevangene één officiële frontstreep toe te kennen.
  • De bijlagen (pagina 41-44) zijn de interne begeleidende brieven om dit dossier destijds af te handelen.

12. V.O.S. Aanvragen voor Onderscheidingen (Pagina’s 28-34)

  • Een reeks brieven en inlichtingenfiches van het V.O.S. uit maart 1939 om voor hem de Strijderskaart (Carte du Feu) en het Oorlogskruis in orde te maken.
  • Zijn woonplaats was toen in de Bleumerstraat 26 te Maaseik.

13. Ooggetuigenverklaring Krijgsgevangenneming (Pagina 39-40)

  • Dit is historisch gezien misschien wel het meest sprekende document in het dossier: een handgeschreven getuigschrift van 22 oktober 1933 door Adjudant Louis Suray, zijn voormalige overste.
  • De adjudant verklaart dat Philippus op 6 augustus 1914 effectief heeft deelgenomen aan de zware verdediging van de 3de redoute (op plateau 247) nabij de “Cense rouge” te Sart-Tilman (verdediging van Luik).
  • Na afloop van dit gevecht werd hij samen met de overlevenden van de compagnie door de Duitsers gevangengenomen en gedeporteerd naar het kamp Munsterlager bij Hannover.
  • De adjudant sluit zijn verklaring af met het expliciet erkennen en prijzen van de dapperheid (“bravoure”) van Philippus tijdens de strijd.
  • Originele Franse Tekst
    • Je soussigné de Suray, Louis, adjudant pensionné à Bruxelles, rue du Nord n° 35, ayant appartenu en 1914 au 14e de Ligne, atteste que le nommé Everts, Philippe, domicilié à Maeseyck, Capucienenstraat n° 14, ancien soldat Mil[icien] 1904, n° 21104 de la matricule, faisait partie de l’unité précitée au 1er août 1914 et que le 6 dito, il a participé effectivement à la défense de la 3me redoute sise au plateau 247, devant la ferme dite “Cense rouge” au Sart-Tilman.
    • A l’issue de ce combat, il a été capturé par les Allemands avec les survivants de la compagnie et emmené en captivité à Munsterlager (Hanovre).
    • Je me plais à reconnaître la bravoure de ce militaire.
    • La présente est délivrée à la demande de l’intéressé pour bénéficier de l’octroi du chevron de front.
    • A Bruxelles, le 22 Octobre 1933.
    • L’adjudant pensionné,
    • (Getekend) L. de Suray
    • (Onderaan staan officiële stempels voor de legalisatie van de handtekening door de stad Brussel op 24 oktober 1933)
  • Nederlandse Vertaling
    • Ik, ondergetekende, de Suray, Louis, adjudant, gepensioneerd te Brussel, Noordstraat nr. 35,in 1914 behorende tot het 14de Linieregiment, verklaar dat de genaamde, Everts, Philippe, wonende te Maaseik, Capucienenstraat nr. 14, oud-soldaat milicien lichting 1904, stamnummer 21104, deel uitmaakte van de voornoemde eenheid op 1 augustus 1914 en dat hij op de 6de van diezelfde maand [augustus] daadwerkelijk heeft deelgenomen aan de verdediging van de 3de redoute, gelegen op plateau 247, voor de hoeve genaamd “Cense Rouge” te Sart-Tilman.
    • Na afloop van dit gevecht werd hij door de Duitsers gevangengenomen samen met de overlevenden van de compagnie en in gevangenschap weggevoerd naar Munsterlager (Hannover).
    • Het doet mij genoegen de dapperheid van deze militair te erkennen.
    • Dit document wordt afgegeven op verzoek van de belanghebbende om in aanmerking te komen voor de toekenning van de frontstreep.
    • Te Brussel, de 22ste oktober 1933.
    • De gepensioneerde adjudant,
    • (Getekend) L. de Suray

Historische Context

Sart-Tilman is een strategisch hooggelegen gebied ten zuiden van Luik. Op 5 en 6 augustus 1914 vonden hier zware gevechten plaats tijdens de Duitse opmars. De “Cense Rouge” (Rode Hoeve) was een bekend punt in die verdedigingslinie. Dat Philippus daar gevangen werd genomen “met de overlevenden”, wijst erop dat ze standhielden tot hun positie onhoudbaar werd of ze munitiegebrek kregen, waarna ze werden afgevoerd naar het krijgsgevangenenkamp Munsterlager in Duitsland.


De tijdlijn

Deel 1: Persoonlijk Profiel en Voor-Oorlogse Dienst (1884 – 1913)

Philippus (vaak als Philippe geschreven) Everts werd geboren op 4 maart 1884 in Neeroeteren, Limburg. Hij was de zoon van Joannes Everts en Elisabeth Vliegen. Uit zijn medisch keuringsverslag van rond zijn twintigste weten we hoe hij eruitzag: hij was 1,615 meter lang , had kastanjebruin haar (châtain) , en een “gewoon” gevormd gezicht, voorhoofd en neus. Toen hij in dienst trad, was hij ongehuwd. Veel later, in 1960 (op 76-jarige leeftijd), was hij weduwnaar en woonde hij in Bree. Doorheen de jaren woonde hij op verschillende adressen in Maaseik, waaronder de Bosstraat 2, de Bleumerstraat 26 en de Capucienenstraat 14.

De Dienstplicht vóór de Oorlog In het begin van de 20ste eeuw kende België het systeem van loteling en dienstplicht. Philippus behoorde tot de militieklasse van 1904 en werd op 15 juli 1904 ingelijfd. Hij werd ingedeeld bij het 14de Linieregiment met stamnummer 21104.

Zijn vooroorlogse dienst bestond niet uit één lange onafgebroken periode, maar uit een typisch systeem van basisopleiding gevolgd door talloze “verloven” en wederoproepingen:

  • Hij trad effectief in actieve dienst op 12 oktober 1904.
  • Tussen 1905 en 1907 werd hij voortdurend met “bepaald verlof” (met bep. verlof) of “onbepaald verlof” (met onbep. verlof) naar huis gestuurd, om vervolgens weken of maanden later weer opgeroepen te worden.+4
  • In de eerste helft van 1905 kampte hij al met gezondheidsproblemen; zijn controleblad vermeldt opnames in het hospitaal van Luik in januari, februari, maart en mei 1905.+4
  • Zijn strafregister was volledig blanco (“NEANT”); hij was een gedisciplineerd soldaat zonder tuchtsancties of burgerlijke veroordelingen.

Deel 2: De Eerste Wereldoorlog en Krijgsgevangenschap (1914 – 1919)

Bij de algemene mobilisatie in de zomer van 1914 was Philippus op 1 augustus present bij zijn eenheid, het 14de Linieregiment. Dit regiment werd onmiddellijk ingezet bij de Versterkte Stelling Luik om de Duitse invasie te vertragen.

De Slag bij Sart-Tilman en Gevangenneming Op 5 en 6 augustus 1914 vonden er zeer bloedige gevechten plaats. Adjudant Louis de Suray getuigde jaren later dat Philippus op 6 augustus daadwerkelijk en moedig deelnam aan de verdediging van de 3de redoute (een veldversterking) op plateau 247, vlak voor de boerderij “Cense Rouge” te Sart-Tilman. Na zware gevechten werd Philippus, samen met de overige overlevenden van zijn compagnie, door de Duitsers krijgsgevangen genomen.

Krijgsgevangenschap in Duitsland

Philippus werd na zijn gevangenneming afgevoerd naar Duitsland.

  • Hij belandde in het krijgsgevangenenkamp Munsterlager nabij Hannover.
  • Tijdens zijn gevangenschap werd hij wegens ziekte ook overgebracht naar het lazaret (militair hospitaal) van Soltau.
  • Zijn gevangenschap was lang en zwaar; het dossier telt maar liefst 42 maanden “Chevrons de Captivité” (gevangenschapsstrepen) , hoewel een ander document spreekt over 49 maanden van privatie. In realiteit zat hij vast van 6 augustus 1914 tot 13 of 15 januari 1919.
  • Hij werd na de wapenstilstand gerepatrieerd op 13 (of 15) januari 1919 en uiteindelijk gedemobiliseerd op 15 april 1919.

Deel 3: Gezondheid, Ziekte en Invaliditeitspensioen

De ontberingen in de Duitse kampen hebben een blijvende impact gehad op de gezondheid van Philippus.

  • De Diagnose: Het dossier vermeldt expliciet “Gastrite” en een “chronische maagaandoening” (Affection chronique de l’estomac).
  • Oorzakelijk verband: Er werd medisch en administratief vastgesteld dat deze aandoening direct het gevolg was van zijn diensttijd en gevangenschap. Een document vermeldt specifiek de “etiologie [oorzaak] lazaret de Soltau”, wat bewijst dat zijn maagproblemen in het kamp van Soltau zijn ontstaan of vastgesteld.
  • Invaliditeitsgraad: Bij een medisch onderzoek in Hasselt op 13 oktober 1922 werd zijn invaliditeit nog op 20% geschat. Later werd dit opgetrokken naar 40% (artikel 7 van de pensioenwet).
  • Pensioen: Hij werd definitief medisch ongeschikt verklaard voor militaire dienst. Bij Koninklijk Besluit van 14 juli 1934 werd hem, met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 1933, een jaarlijks en levenslang invaliditeitspensioen van 2160 frank toegekend.

Deel 4: Onderscheidingen en Historische Context

De Belgische staat kende Philippus verschillende medailles en statuten toe voor zijn opofferingen:

  1. Oorlogskruis (Croix de Guerre) – 18 september 1920
    • Context: Dit was een van de belangrijkste Belgische onderscheidingen, in 1915 ingesteld voor moed en zelfopoffering. Het werd toegekend aan militairen die zich hadden onderscheiden op het slagveld, en later ook aan ex-krijgsgevangenen die onder zware omstandigheden hadden gediend.
    • Detail: Bij een latere administratieve correctie in 1938 werd genoteerd dat hij het kruis “zonder palm of leeuw” had (sans palme ni lion), wat de standaarduitvoering was voor algemene moed zonder een individuele, specifieke vermelding in de dagorders van het leger.
  2. Strijderskaart (Carte du Combattant) & Frontstrepen – 15 juni 1931
    • Context: Om het statuut van oud-strijder te krijgen (en recht te hebben op een strijderspensioen of uitkeringen), moest men de Strijderskaart bezitten.
    • Detail: Het statuut werd vaak gekoppeld aan de “Frontstrepen” (Chevrons de Front). Hoewel Philippus “slechts” 6 dagen effectief aan het front vocht (1 tot 6 augustus 1914), werd hem, na een hoorzitting in 1933, officieel één frontstreep toegekend vanwege zijn deelname aan de cruciale gevechten in Luik voor zijn gevangenneming.
    • Voordeel: Als drager van de kaart ontving hij onder meer een “begiftiging voor herstel der haardstede” ten bedrage van 300 frank uit het Strijdersfonds.
  3. Gevangenschapsstrepen (Chevrons de Captivité)
    • Context: Ingevoerd om de lijdensweg van krijgsgevangenen te erkennen. Men kreeg een streep per x-aantal maanden gevangenschap. Philippus had er recht op vanwege zijn 42 tot 53 maanden in Duitse kampen.
  4. Herinneringsmedaille van Z.M. Leopold II – 8 juni 1960
    • Context: Hoewel Leopold II stierf in 1909, werden er ter nagedachtenis van zijn regeerperiode medailles uitgereikt aan militairen die voor 1909 hadden gediend (Philippus diende vanaf 1904). In 1960 vroeg hij deze medaille zelf aan via het Verbond van Vlaamse Oudstrijders (V.O.S.).

Deel 5: Gedetailleerde Chronologische Tijdlijn

  • 4 mrt 1884: Geboren te Neeroeteren.
  • 15 jul 1904: Ingelijfd als milicien voor het 14de Linieregiment.
  • 12 okt 1904: Start van zijn effectieve vooroorlogse dienst.
  • 1905 – 1907: Wisselende periodes van kazernering, verloven, en ziekenhuisopnames in Luik (1905).
  • 1 aug 1914: Mobilisatie: Present bij het 14de Linieregiment.
  • 6 aug 1914: Neemt deel aan de verdediging van “Cense Rouge” te Sart-Tilman (Luik) en wordt krijgsgevangen genomen door het Duitse leger.
  • Aug 1914 – Jan 1919: Krijgsgevangenschap, met verblijf in Munsterlager en een medische opname in het lazaret van Soltau.
  • 13/15 jan 1919: Repatriëring uit Duitsland.
  • 15 apr 1919: Officiële demobilisatie.
  • 18 sep 1920: Toekenning van het Belgische Oorlogskruis.
  • 13 okt 1922: Medisch onderzoek te Hasselt: 20% invaliditeit vastgesteld.
  • 15 jun 1931: Uitreiking van de officiële Strijderskaart.
  • 22 okt 1933: Voormalig commandant L. de Suray schrijft een ooggetuigenverslag om Philippus te helpen zijn “frontstreep” te krijgen.
  • 15 nov 1933: De militaire commissie te Luik kent hem officieel één frontstreep toe.
  • 1 mei 1933 (besluit: 14 jul 1934): Toekenning van een jaarlijks invaliditeitspensioen (2160 frank) vanwege chronische maagklachten door de kampen.
  • Mar 1939: Het V.O.S. behartigt zijn dossier om documenten in het Nederlands te verkrijgen.
  • 7 apr 1960: Vraagt op 76-jarige leeftijd de Herinneringsmedaille Leopold II aan, die in juni 1960 wordt toegekend.