VII.86 Odilia Evers ♀
Odilia Evers werd gedoopt op 26 april 1800 in Sint Odiliënberg als dochter van Christianus Evers en Maria Catharina Schoenmakers.
Enkele dagen geleden geboren, is heden onder voorwaarde gedoopt: Odilia, wettige dochter van Christianus Evers, hier gedoopt, en van Maria Catharina Schoenmakers, gedoopt in Karken. Echtgenoten die hier getrouwd zijn en wonen. De doopgetuigen waren: Petrus Frenken in naam van Theodorus Jacobs (hier gedoopt) en Cornelia Smiet in naam van Catharina Mevissen (hier gedoopt).
Het kindje is enkele dagen eerder geboren en was waarschijnlijk zwak. Er heeft direct een nooddoop thuis plaatsgevonden (door de vroedvrouw of vader). Het kindje heeft het overleefd (in tegenstelling tot haar broertjes Michael, Christianus en Mathias). Nu, op 26 april, is ze sterk genoeg om naar de kerk te komen voor de haar officiële doopsel. De pastoor doopt haar "onder voorwaarde" (voor het geval de nooddoop niet geldig was) en schrijft haar in.
Het huwelijk is voltrokken om 15:00 uur. De bruidegom, Christiaan Slabbaerts, is een 41-jarige akkerman, geboren en wonende te Maasniel. Hij is de weduwnaar van Elisabeth Spie (overleden te Maasniel op 4 september 1826) en de meerderjarige zoon van Willem Slabbaerts (akkerman, aanwezig en toestemmend) en wijlen Maria Tellers (overleden te Maasniel op 27 maart 1819). De bruid, Odilia Evers, is een 26-jarige dienstmeid, geboren te Waelenburg en wonende te Maasniel. Zij is de meerderjarige dochter van Christiaan Evers (akkerman, wonende te Odiliënberg, aanwezig en toestemmend) en wijlen Maria Catharina Schoenmakers (overleden te Odiliënberg op 25 december 1819). Het bruidspaar en de getuigen verklaren niet te kunnen schrijven of tekenen; de vader van de bruid heeft de akte wel mede ondertekend.
De overledene was 52 jaar oud, zonder beroep, en geboren en wonende te Sint Odiliënberg. Zij was de weduwe van Christiaan Slabbers en de dochter van wijlen Christiaan Evers en wijlen Maria Catharina Schoonmakers. Het overlijden vond plaats om 15:00 uur in de woning van haar broer (de eerste aangever) in het dorp.
Bijzonderheden
Nalatenschap Odilia Evers
No 547. De ondergeteekende Burgemeester der gemeente St Odilienberg verklaard bij deze voor zoo veel hem bekend is, dat Odilia Evers, den 16 Meij 1852, te St Odilienberg Overleden, geene roerende noch Onroerende goederen heeft nagelaten en dat deszelfs erfgenamen behoeftig zijn. St Odilienberg den 22 October 1852 [Stempel: GEMEENTE BESTUUR VAN ST ODILIENBERG * PROVINCIE LIMBURG. *] [Handtekening, mogelijk P.J. Mooren]
Toelichting
Dit document is een zogenaamde 'verklaring van onvermogen', afgegeven door de burgemeester van Sint Odiliënberg. Het diende ter vrijstelling van de successierechten. De burgemeester verklaart hierin officieel dat Odilia Evers bij haar overlijden op 16 mei 1852 absoluut niets bezat (geen roerende zaken zoals meubels of geld, en geen onroerende zaken zoals een huis of grond) en dat haar erfgenamen "behoeftig" (arm) zijn.
