Spring naar inhoud

Persoon

VIII.4 Pierre Jean Douven 📜 Historische Tijdlijn

Pierre Jean Douven werd geboren op 2 juli 1819 in Weert als zoon van Gerard Douven en Catherina Vaessen.

Beroep: Fuselier in het vreemdelingenlegioen
Geboorte: 2 juli 1819 in Weert
Getuigen: Martin Wagemans, 65 jaar oud, hoefsmid uit Weert en Jan Princen, 37 jaar oud, landbouwer uit Weert.
Overlijden: 11 januari 1845 in Oran

Overleden: 11 januari 1845 te Oran (Algerije) in het Militair Hospitaal.
Beroep/Rang: Fuselier in het Vreemdelingenlegioen.
Oorzaak: Overleden ten gevolge van chronische diarree (dysenterie) na een ziekenhuisopname van twee maanden.
Registratie: De akte werd pas later (december 1847) officieel bijgeschreven in de registers van Weert na correspondentie met het Franse Ministerie van Oorlog.

Verhalen

Van de Biest in Weert naar de woestijn van Oran

Het was de stilte die Peter Jan zich later het best zou herinneren. Niet de stilte van rust, maar de zware, bedrukte stilte van het huis aan de Biest in Weert. Hij was nog geen tien jaar oud toen die stilte in 1829 zijn intrede deed. In mei van dat jaar stierf zijn moeder, Catherina Vaessen. Nog geen maand later volgde zijn pasgeboren broertje Antonius.

In huize Douven, waar zijn vader Gerard de kost verdiende met naald, draad en later het scheermes, leek de dood een vaste bewoner. Peter Jan had als zevenjarig jongetje al afscheid moeten nemen van zijn zusje Maria Catharina. De vrolijkheid was uit het huis weggevloeid, en wat overbleef was de Limburgse klei en het harde werken om het hoofd boven water te houden.

Terwijl zijn oudere broer Hendrik Antoon – de verstandige, de rustige – in Weert bleef om zijn leven op te bouwen als landbouwersknecht, voelde Peter Jan een onrust die hij niet kon verklaren. Weert was te klein. De herinneringen te zwaar.

Toen hij begin twintig was, bereikten de verhalen over het Franse leger de stad. La Légion Étrangère. Het klonk als een avontuur, een ontsnapping, en misschien een manier om iets te betekenen. Hij tekende. Peter Jan werd “Jean Pierre”, Fuselier in het Vreemdelingenlegioen.

De overgang kon niet groter zijn. Van de vochtige, grijze luchten boven de Peel naar de verblindende, withete zon van Algerije. Oran was een wereld van stof, vreemde geuren en een hitte die in je botten ging zitten. Maar de vijand bleek niet altijd de man met het geweer aan de overkant. De vijand zat in het water, in het eten, in de vliegen.

Op 9 november 1844 meldde Jean Pierre zich bij de poort van het militair hospitaal in Oran. Hij was niet gewond door een kogel, maar geveld door de ‘ziekte van het land’. Zijn sterke boerenlijf, dat gewend was aan het werk op de Limburgse akkers, was geen partij voor de chronische dysenterie die de kazernes teisterde.

Wekenlang lag hij in de ziekenzaal. Terwijl buiten de woestijnwind tegen de luiken sloeg, dwaalden zijn gedachten terug naar Weert. Hij zag zijn vader Gerard, nu een barbier met grijze haren, die misschien wel op een brief wachtte die nooit zou komen. Hij dacht aan Hendrik, die waarschijnlijk al droomde van een huwelijk met Joanna.

Op 11 januari 1845, midden in de winter, maar ver weg van de vrieskou van thuis, gaf Peter Jan de strijd op. Hij was 25 jaar oud.

Er was geen familie aan zijn bed. Geen priester uit Weert. Alleen de administratie van het Franse leger, die zorgvuldig in een register noteerde: “Décédé par suite de Diarrhée Chronique”.

Het zou nog bijna drie jaar duren voordat het nieuws de Biest bereikte. Pas in de winter van 1847 schreef de ambtenaar in Weert de Franse woorden over in het grote boek. Peter Jan was thuisgekomen, niet als held met medailles, maar als inkt op papier, eindelijk herenigd met zijn moeder Catherina.