VIII.155 Anna Catharina Evers ♀
Anna Catharina Evers als dochter van Petrus Evers en Elisabeth Evers.
De bruidegom is een 31-jarige dienstknecht, geboren op 1 juni 1822 te Born en wonende te Herten. Hij is de meerderjarige zoon van Nicolaas Hostenbach (dagloner te Born) en wijlen Maria Gertrudis Coonen (overleden te Born). De bruid is een 30-jarige dienstmaagd, geboren op 27 juni 1823 te Linne en wonende te Merum (onder Herten). Zij is de meerderjarige dochter van wijlen Peter Evers en wijlen Elisabeth Evers (beiden overleden te Linne). Het bruidspaar verklaarde niet te kunnen schrijven.
- Maria Hubertina Johanna Hostenbach
* 26 februari 1854 in Roermond
De overledene was 34 jaar oud, zonder beroep, geboren te Linne en laatstelijk wonende te Roermond. Zij was de echtgenote van Theodorus Hostenbach en de dochter van wijlen Peter Evers en wijlen Elisabeth Evers. Het overlijden vond plaats om 01:00 uur. De aangevers verklaarden niet te kunnen schrijven. In de akte is een doorhaling van twee woorden goedgekeurd (de ambtenaar had per ongeluk eerst de naam van haar vader als echtgenoot genoteerd).
Bijzonderheden
De nalatenschap van Catharina Evers
Dit is de aangifte van de nalatenschap van wijlen Catharina Evers, die op 7 januari 1858 in Roermond is overleden.
De aangifte wordt gedaan door de ondergetekende Theodoor Oostenbach, dagloner van beroep en woonachtig in Roermond. Hij is de weduwnaar van de overledene en kiest zijn eigen woonadres voor de officiële afhandeling van deze documenten. Hij legt deze verklaring af in zijn rol als vader en wettig voogd van hun gezamenlijke, minderjarige dochter Hubertina Oostenbach, die bij hem inwoont.
Hij verklaart dat zijn echtgenote Catharina Evers (de moeder van Hubertina) op 7 januari 1858 in Roermond is overleden. Zij had geen testament opgemaakt (zij is ab intestato overleden) en Roermond was tevens haar laatste vaste woonplaats. Verder verklaart hij dat zij geen onroerende goederen, zoals een huis of stuk grond, heeft nagelaten.
Daarnaast wordt officieel vastgelegd dat er door haar overlijden geen sprake is van het overgaan van geblokkeerd familiekapitaal of landgoederen (fideï-commis), en dat er geen vruchtgebruik is beëindigd.
Het document is op 18 maart 1858 in Roermond opgemaakt. In plaats van een handtekening is het voorzien van het handmerk (een kruisje) van Theodoor Oostenbach, aangezien hij in de aanwezigheid van de ambtenaren heeft verklaard dat hij niet kon schrijven.
