Spring naar inhoud

Een nieuw leven in de VS: familietak Fijten/Fyten

Hoofdstuk 1: Grote plannen

De geschiedenis van de Amerikaanse familietak Fyten begint in de zware klei van Montfort. Margareta Mertens werd hier op 1 november 1832 geboren als dochter van kleermaker en akkerman Joannes Mertens en Joanna Zeelen. Haar vader had door de jaren heen aanzienlijk wat grond in eigendom weten te krijgen.

Perceelnummer 45 en 46 staan in 1832 nog op naam van de vader van Margareta: Jan Mertens

Na het overlijden van Joannes Mertens in 1868 ging dit bezit over naar de volgende generatie. Margareta was inmiddels in 1856 getrouwd met Joannes Fijten, die zich had opgewerkt tot landbouwer. In het voorjaar van 1872 nam het echtpaar echter een drastisch besluit: ze besloten Montfort voorgoed te verlaten en met hun grote gezin naar Amerika te emigreren.

Om de dure overtocht te kunnen betalen en startkapitaal voor de Nieuwe Wereld te vergaren, moesten ze al hun onroerend goed te gelde maken.

Aankondiging in De Volksvriend

Op zaterdag 9 maart 1872 verscheen er een opvallende advertentie in het dagblad De Volksvriend, uitgegeven in Roermond. Notaris Corbeij uit St. Odiliënberg kondigde daarin de openbare verkoping aan van de goederen van Joannes Fijten en zijn broer Theodoor Fijten. De veiling vond enkele dagen later, op dinsdag 12 maart 1872, plaats.

Opbrengst van de veiling

De openbare verkoop in de herberg was een groot succes voor Joannes en Margareta. Het echtpaar verkocht maar liefst 16 percelen onroerend goed, verspreid over Montfort, Linne en St. Odiliënberg. Het leverde een indrukwekkend overzicht op van kopers uit het dorp, waaronder veel familieleden en bekenden:

Tabel: Verkochte goederen Joannes Fijten (Akte 38, Notaris Corbeij, 12 maart 1872)

PerceelOmschrijvingKoper (Beroep/Woonplaats)Opbrengst
1Huis, erf en tuin in het DorpDominicus Beckers (landbouwer)315 gulden
2Bouwland in de StruikJoannes Ramakers (landbouwer)245 gulden
3Bouwland in de PutheideAnton Kleef (dienstknecht, Posterholt)55 gulden
4Bouwland achter de HovenPeter Fijten (landbouwer)100 gulden
5Bouwland aan HuisbergJacob Beulen (smid)97 gulden
6Bouwland op RadewinkelHendrik Coenen (landbouwer)40 gulden
7Bouwland op het HoogveldCaspar Brentjens107 gulden
8Bouwland in de HeideChristoffel Cremers (schrijnwerker)40 gulden
9Moeras aan HuisbergJoseph Fuchs (koopman)30 gulden
10Bouwland in GenhustenJoannes Coenen (landbouwer)76 gulden
11Weiland in de BemdenJacob Beulen (herbergier)50 gulden
12Bouwland op het SlakerkeJacob Fijten (landbouwer)134 gulden
13Bos/Bouwland aan de StroukHendrik Coenen (landbouwer)42 gulden
14Bouwland Boske (Linne)Joannes Zeelen (landbouwer)53 gulden
15Bouwland Hobersveld (Linne)Jan Bernard Mertens (kleermaker)59 gulden
16Bouwland Bergerheide (St. Odiliënberg)Jan Bernard Mertens (kleermaker)171 gulden

Totale opbrengst onroerend goed: 1.578 gulden.

Naast het land en het huis werd in een tweede akte (Akte 39) ook nog de 'te veld staande oogst' verkocht, wat nog eens 137,50 gulden in het laatje bracht. Joannes en Margareta wandelden na de veiling weg met een totaalbedrag van ruim 1.715 gulden. In een tijd waarin een dagloner ongeveer 1 gulden per dag verdiende, was dit een absoluut fortuin, gelijk aan zes jaar loon.

Slechts enkele weken later, op 3 april 1872, liet het gezin zich definitief uitschrijven uit het bevolkingsregister van Montfort. Met hun koffers gepakt en de opbrengst van de veiling op zak, waren ze klaar om als welgestelde pioniers in Minnesota aan een nieuw leven te beginnen. Broer Theodoor Fijten had minder geluk: op zijn huis werd geen enkel bod gedaan (de minimumprijs was 600 gulden), waardoor zijn verkoop niet doorging.

Hoofdstuk 2: oversteek met de Moravian en vestiging in Minneapolis (1872 - 1880)

Op 3 april 1872 liet de familie Fijten zich officieel uitschrijven uit het bevolkingsregister van Montfort met als bestemming 'Noord-Amerika'. Met de ruim 1.700 gulden van de openbare verkoop op zak begon het gezin, bestaande uit Joannes (43), Margaretha (39) en hun zes kinderen, aan de lange reis.

Uitschrijving bevolkingsregister in 1872

De reis verliep niet direct via een Nederlandse haven naar Amerika. Zoals veel emigranten in die tijd, namen zij de 'Engelse route'. Waarschijnlijk reisden ze per trein naar Antwerpen of Rotterdam, staken de Noordzee over naar de Engelse oostkust (bijvoorbeeld Hull), om vervolgens per trein dwars door Engeland naar de grote havenstad Liverpool te reizen. Daar lagen de immense oceaanstomers klaar.

Rond 14 of 15 april 1872 stapte de familie in Liverpool aan boord van het stoomschip de S.S. Moravian, een schip van de bekende Allan Line. Ze reisden overigens niet alleen; uit de passagierslijst blijkt dat ze deel uitmaakten van een grotere groep landverhuizers uit de Roerstreek. Direct rondom de naam Fijten op de lijst stonden streekgenoten zoals Jacob van Heel uit Echt, Jos. H. Kremer en Mathias Sluys genoteerd. Ze hadden hoogstwaarschijnlijk gezamenlijk een emigratie-agent ingehuurd voor deze grote stap.

Passagierslijst van de SS Moravian met de familie Fyten

Een slimme boerentruc op de passagierslijst

De originele passagierslijst van de Moravian (waarop de naam slordig werd genoteerd als 'Feyton') verraadt ook een slimme, financiële streek van vader Joannes. Een ticket voor een volwassene kostte al snel 60 tot 70 gulden, maar kinderen onder de twaalf jaar reisden voor de halve prijs, en baby’s vrijwel gratis.

Om geld te besparen, loog Joannes bij de ticketbalie de leeftijden van zijn oudste kinderen simpelweg omlaag. Dochter Anna Maria (eigenlijk 15 jaar oud) werd genoteerd als 11-jarige, en de 12-jarige Joannes Hubert werd ineens 10 jaar oud. Zelfs de kleine Cornelia van anderhalf jaar werd op de lijst geregistreerd als een baby van '6 maanden' om een gratis overtocht te forceren. Zo hield Joannes de overtocht voor zijn gezin betaalbaar, een reis die hem alsnog zeker 290 gulden zal hebben gekost.

Aankomst in Baltimore en doorreis naar Minnesota

Na een overtocht van ruim twee weken arriveerde de Moravian op 30 april 1872 niet in New York, maar in de haven van Baltimore, Maryland. Baltimore was in die tijd een uiterst logische en populaire aankomsthaven voor emigranten die naar het Midden-Westen wilden, omdat de Baltimore & Ohio Railroad vanaf de kade directe treinen naar steden als Chicago en Minneapolis aanbood.

Het gezin reisde door naar de staat Minnesota, waar zich veel Duitse en Limburgse katholieken vestigden. Het duurde niet lang of het gezin werd daar verder uitgebreid: dochter Lena werd eind 1872 of 1873 geboren, en zoon Charles volgde in 1876. Beiden waren de eersten van het gezin die als Amerikaanse staatsburgers het levenslicht zagen.

De realiteit in de stad

Wie dacht dat Joannes met zijn verdiende kapitaal uit Montfort direct een uitgestrekte boerderij op de Amerikaanse prairie zou beginnen, komt bedrogen uit. De US Federal Census (volkstelling) van 9 juni 1880 in Minneapolis (Hennepin County) vertelt een ander, typisch immigrantenverhaal.

Het gezin had zich inmiddels geamerikaniseerd: Joannes werd John (50 jaar), Margaretha was Margaret (46 jaar), en de kinderen gingen door het leven als John (21), Theodore (19), William (18), Kate (16) en Nellie (10).

US Federal Census van 1880 in Minneapolis

Ze woonden in Minneapolis, in die tijd de bruisende 'Mill City' vol fabrieken en houtzagerijen. In plaats van het boerenbestaan had vader John het harde fabriekswerk of de losse arbeid opgepakt; in de census staat zijn beroep simpelweg genoteerd als Laborer (dagloner of arbeider). De kinderen moesten echter ook al flink bijdragen aan het gezinsinkomen. Zo staat de 21-jarige John Jr. geregistreerd als Harness Maker (zadel- en tuigmaker). Het was een leven van hard werken en zich aanpassen aan de industriële dynamiek van hun nieuwe vaderland.

Tussenhoofdstuk: Van Minneapolis naar de wijde wereld

Wanneer we de stamboom van de familie Fijten na de eerste decennia in Amerika overzien, zien we een klassiek patroon van de pioniersgeschiedenis. Het gezin dat in 1872 vanuit Montfort de oceaan overstak en in 1880 in de fabrieksstad Minneapolis (Hennepin County) belandde, bleef daar niet stilzitten. Zodra de kinderen van John en Margaret volwassen werden, waaierden ze uit.

De naam 'Fijten' transformeerde definitief naar 'Fyten', en door huwelijken kwamen er nieuwe, stevige familietakken bij met namen als Geris, Eull, Babler en Hoban. De nakomelingen volgden het ritme van de Amerikaanse expansie.

Afstammelingen van John en Margret,
klik op de afbeelding om alle gekende afstammelingen te zien.

In eerste instantie bleven velen dicht bij huis in Minnesota. We vinden de kinderen en kleinkinderen terug in steden en plattelandsgemeenschappen over de hele staat: van Wright County (Monticello, Buffalo) en Stearns County (St. Cloud) tot het noordelijker gelegen Douglas County (Alexandria, Carlos). Ze bouwden daar hun levens op, kregen grote gezinnen – zoals Willem Hubertus Fyten (William) en Mary Jasper, wier nazaten we tot in de 15e generatie kunnen volgen – en verankerden zich in de lokale gemeenschappen.

Verspreiding van de familie tijdens de eerste generaties

Maar de drang om verder te trekken bleef. Naarmate de twintigste eeuw vorderde, verspreidden de nazaten zich steeds verder over het Amerikaanse continent. Waar de eerste generatie de trein van Baltimore naar Minnesota nam, trokken de volgende generaties de staatsgrenzen over. Het onderzoek leidt ons naar de weidse vlaktes van North Dakota (Fargo, Lisbon, LaMoure) en Iowa (Fort Dodge).

Nog recenter zien we de familie opduiken in staten die ver verwijderd zijn van de koude winters in het Midwesten: Texas (Nueces), Arizona (Kingman) en zelfs Nevada (Clark County, Las Vegas). Wat begon met zestien verkochte akkers in Montfort, is in de generaties daarna uitgegroeid tot een wijdvertakt netwerk van honderden nakomelingen, verspreid over de hele Verenigde Staten. Stuk voor stuk dragen zij, vaak zonder het zelf te weten, een stukje geschiedenis uit de Roerstreek met zich mee.

Hoofdstuk 3: De pioniers van Belle River en de laatste wil van Lorenz Geris (1872 - 1903)

Het Amerikaanse avontuur van de familie begon niet met landbouw in de grote stad, maar met het klassieke pionierswerk op het platteland. Anna Maria Fyten, de oudste dochter van John en Margaret, was pas zestien jaar oud toen zij in 1872 de grote oversteek met haar familie maakte. Terwijl haar ouders zich in Minneapolis vestigden, sloeg Anna Maria al snel haar eigen vleugels uit.

Nog datzelfde jaar, op 28 november 1872, trad zij in Hennepin County in het huwelijk met Lorenz Geris. Lorenz was een man die net als zij afkomstig was uit 'Holland', maar zijn moederland al in 1863 had verlaten. Het jonge paar deinsde niet terug voor hard werken: in 1874 trokken zij naar het noorden om in Belle River Township (Douglas County) een homestead te claimen. Ze begonnen in de wildernis en bouwden met hun eigen blote handen een boerenbedrijf op.

Kerk van Belle River rond de jaren 1900
Wellicht ging de familie hier naar de kerk.

Een bloeiende boerderij en een enorm gezin

De offers die Anna Maria en Lorenz brachten, wierpen hun vruchten af. Tegen de eeuwwisseling, zoals de volkstelling van 1900 laat zien, was hun homestead uitgegroeid tot een succesvolle boerderij die volledig vrij was van hypotheek ("Owned, Free, Farm").

Daarnaast was het gezin enorm gegroeid. Anna Maria bracht in haar leven maar liefst vijftien kinderen ter wereld. Oudere zonen zoals John en Nicholas werkten als harde krachten mee op het land van hun vader, terwijl de boerderij gonste van de bedrijvigheid van de vele jongere broertjes en zusjes.

De laatste wil van Lorenz (1903)

Maar het harde boerenleven eiste zijn tol. Begin 1903 werd Lorenz ernstig ziek en hij voelde dat zijn einde naderde. Op 6 januari 1903 liet hij een gedetailleerd testament opmaken om de toekomst van zijn levenswerk en zijn grote gezin veilig te stellen. Dit document is een van de meest intieme inkijkjes in de waarden van deze familie.

Testament van Lorenz Geris,
klik op de afbeelding om het volledige testament te kunnen lezen.

In zijn testament legde Lorenz een pragmatische, maar tegelijkertijd typische negentiende-eeuwse constructie vast:

  • De positie van Anna Maria: Hij droeg het volledige beheer en het vruchtgebruik van de boerderij over aan zijn vrouw Anna Maria. Echter, daaraan zat één keiharde voorwaarde verbonden: zij behield dit recht alleen zolang zij niet zou hertrouwen.
  • De verdeling tussen zonen en dochters: Lorenz bepaalde dat de vier zonen uiteindelijk het onroerend goed in eigendom zouden krijgen. Om te voorkomen dat het land versnipperd zou raken, moesten de zonen wel hun zeven zussen uitkopen. Elke zus — Lena, Mary, Gertrude, Maggie, Susie, Katie en Finney — had recht op 500 dollar.

Voor de dochters was dit een indrukwekkend bedrag, zeker voor pioniersbegrippen. Met 500 dollar konden de meisjes een uitstekende bruidsschat inbrengen of zelfstandig een start maken.

Slechts zes weken nadat de inkt van dit testament droog was, overleed Lorenz op 18 februari 1903. Anna Maria bleef op 46-jarige leeftijd achter als weduwe. Met de touwtjes stevig in handen en het plan van haar man als leidraad, nam zij als sterke matriarch de leiding over de boerderij en haar omvangrijke familie over.

Een vangnet voor de familie

De kracht en onafhankelijkheid die Anna Maria dankzij het testament van Lorenz had verworven, bleek al snel broodnodig. In 1907 werd de familie namelijk keihard getroffen door een tragedie.

Anna Maria’s dochter, Maria Gertrude Elizabeth ("Gertrude", geboren in 1881), was inmiddels getrouwd met William Jerome. Samen hadden zij een jong gezin gesticht. Maar in 1907 sloeg het noodlot onverbiddelijk toe: de pas 26-jarige Gertrude kwam te overlijden. Tot overmaat van ramp overleed in datzelfde jaar ook haar jongste dochtertje, baby Francis Helena, die nog maar een jaar oud was.

William Jerome bleef achter als weduwnaar met twee kleine meisjes: de vierjarige Anna M. Jerome (geboren 1903) en de driejarige Nellie L. Jerome (geboren 1904). Voor een werkende man in die tijd was het nagenoeg onmogelijk om de zorg voor twee peuters te combineren met het verdienen van een inkomen.

Huwelijksfoto van Nelly Jerome
en Walter Freudenberg (1926)

Het was op dit cruciale moment dat de weduwe Anna Maria liet zien uit welk hout de pioniersvrouwen gesneden waren. Als de onbetwiste matriarch van de familie opende zij de deuren van de grote boerderij in Belle River. Zij nam haar twee jonge, moederloze kleindochters, Anna en Nellie, in huis op en voedde hen op alsof het haar eigen kinderen waren. Dankzij de solide basis die Lorenz in zijn testament had achtergelaten, had Anna Maria niet alleen de financiële middelen, maar ook de onafhankelijkheid en de ruimte om dit familievangnet te bieden.

Zij zou nog jarenlang het middelpunt van de familie blijven, totdat zij in 1927 op zeventigjarige leeftijd overleed. Haar leven was een brug geweest tussen het harde boerenbestaan in het Limburgse Montfort en het succesvolle pioniersleven op de Amerikaanse vlaktes.

Hoofdstuk 4: De tuberculose-tragedie van 1901-1902

Terwijl het de oudste dochter Anna Maria voor de wind ging op de ruime boerderij in Belle River, speelde zich bij de familieleden in de stad Minneapolis een drama af. Het leven in de dichtbevolkte stadswijken, vol fabrieken en arbeiderswoningen, bracht in die tijd grote gezondheidsrisico's met zich mee. In de winter van 1901-1902 werd de familie Fyten in Minneapolis keihard geraakt door een van de meest gevreesde ziektes van die tijd: tuberculose, ook wel 'de tering' (consumption) genoemd.

Drie sterfgevallen in zes weken

Wat begon als een ziekbed, eindigde in een ongekende familietragedie. Binnen een tijdsbestek van slechts zes weken verloor de familie drie generaties aan deze besmettelijke ziekte.

Het drama begon met de matriarch van de familie. Op 2 december 1901 overleed moeder Margaretha Mertens (in de krant 'Anna' genoemd) op 70-jarige leeftijd. Zij, die de grote stap van Montfort naar Amerika had geleid, bezweek als eerste.

Amper drie weken later sloeg de ziekte opnieuw toe in de volgende generatie. Op kerstavond, 24 december 1901, overleed de pas 19-jarige Katie Hoban (in de Star Tribune verhaspeld tot 'Hodan'). Zij was de dochter van Margaretha's jongste dochter, Catharina Fyten en Andrew Hoban.

Grafsteen Katie Hoben

Het overlijden van Theodorus

Terwijl de familie nog rouwde om de dood van een moeder en een kleindochter, lag Catharina's broer Theodorus Fyten doodziek in het City Hospital. Theodorus, destijds 35 jaar oud en wonend aan 311 Thirteenth Avenue Northeast, vocht eveneens tegen tuberculose.

De familie hoopte Theodorus in de eerste week van het nieuwe jaar sterk genoeg te krijgen om hem mee naar huis te nemen. Op zondag verslechterde zijn toestand echter drastisch, waardoor een verplaatsing onmogelijk werd. Op maandagochtend, 6 januari 1902, blies Theodorus zijn laatste adem uit. Zijn zus Catharina, ondanks het feit dat ze amper twee weken eerder haar eigen dochter aan dezelfde ziekte had verloren, waakte tot het allerlaatste moment aan zijn ziekenhuisbed.

Theodorus werd op woensdagochtend om 9 uur vanuit de St. Boniface kerk begraven en vond zijn laatste rustplaats op het St. Anthony kerkhof in Minneapolis. Zijn dood markeerde het brute einde van een pikzwarte maand voor de immigrantenfamilie uit Montfort.

Hoofdstuk 5: Een leven vol muziek: Anna Marie Geris en het tijdperk van de dansorkesten (1908 - 2007)

De eerste generaties van de familie in Amerika stonden vooral in het teken van overleven en hard werken op het land. Maar naarmate de twintigste eeuw vorderde, kwam er ruimte voor cultuur en vermaak. Niemand in de familie belichaamde deze vrolijke, nieuwe tijd beter dan Ann Marie Geris.

Ann werd geboren op 1 augustus 1908 in de inmiddels vertrouwde pioniersnederzetting Belle River, als dochter van Nicholas Geris en Catherine Hermes. Omdat haar vader voor de spoorwegen werkte, verhuisde het gezin regelmatig, waaronder naar het nabijgelegen Carlos. Het was haar vader die de kiem legde voor Anns levenslange passie. Nicholas was een verdienstelijk vioolspeler (een fiddle speler) en hij leerde zijn jonge dochter hoe ze hem op de piano kon begeleiden. Wat begon in de huiskamer, groeide al snel uit tot optredens op talloze lokale evenementen.

Van stomme films tot de Carl Colby Band

Ann groeide op in een tijd waarin de amusementsindustrie in Amerika een enorme vlucht nam. In de vroege jaren twintig was de filmindustrie booming, maar de films hadden nog geen geluid. De jonge, getalenteerde Ann vond werk in het lokale theater, waar zij als pianiste de stomme films van de perfecte muzikale omlijsting voorzag. Het vereiste improvisatietalent en een feilloos gevoel voor drama en komedie.

Toen de stomme films plaatsmaakten voor sprekende films, verplaatste Ann haar muzikale carrière naar de danszalen. In de jaren dertig en veertig trokken zogenaamde 'territory bands' door het Midden-Westen om te spelen op feesten en in grote paviljoens. Ann werd pianiste in de regionale Carl Colby Band. Dit was geen klein, lokaal groepje, maar een gerespecteerd orkest dat honderden kilometers reisde. Archiefbeelden bewijzen dat de band in de zomer van 1939 helemaal tot in het Wylie Park paviljoen in Aberdeen, South Dakota speelde. Muziek zat bovendien diep in het bloed van de familie, want Ann speelde daarnaast ook nog in een band met haar jongere broer, Lawrence "Bud" Geris. Samen vermaakten ze duizenden mensen in de regio.

Liefde, familie en een muzikale grens

Tijdens haar verblijf in Plummer, Minnesota, ontmoette Ann Fred Polesak, een spoorwegtelegrafist. Het stel trouwde op 5 februari 1935 in de St. Mary's kerk in Alexandria. Het gezin, inmiddels uitgebreid met dochter Patricia en zoon Fred Jr., streek vervolgens neer in Warren, Minnesota, waar ze tot 1945 zouden blijven wonen.

Foto van de Carl Colby Band uit 1939

Dat Ann het moederschap en haar passie voor muziek wist te combineren, blijkt wel uit de krantenarchieven. Eind december 1940 – de kinderen waren nog klein – adverteerde de Carl Colby Band prominent in de Grand Forks Herald. Grand Forks lag net over de grens in North Dakota, op een steenworp afstand van hun woonplaats Warren. Het bewijst dat Ann Marie in die jaren rond de feestdagen volle zalen trok in de wijde omtrek.

Grand Forks Herald
28 december 1940

In 1945 keerde het gezin terug naar Alexandria. Terwijl Ann een toegewijde huisvrouw was die hield van wecken, koken en gezellig koffiedrinken in het centrum, gaf ze haar carrière nooit op. Ze bleef spelen in diverse bands door de hele staat en was een trots lid van de muzikantenvakbond in St. Cloud. Toch had de klassiek en traditioneel geschoolde Ann haar eigen, zeer uitgesproken principes over wat échte muziek was. Toen in de jaren vijftig de rock-'n-roll opkwam, trok zij een duidelijke grens: de muziek van Elvis Presley heeft haar speellijst simpelweg nooit gehaald.

Muziek tot het allerlaatste moment

Ann kende het woord 'pensioen' niet als het op muziek aankwam. Op latere leeftijd begon ze met het vermaken van ouderen in verpleeghuizen, waar ze haar muzikale gave en vrolijkheid deelde. Zelfs toen ze op hoge leeftijd zelf in een verpleeghuis werd opgenomen, bleef ze de piano bespelen voor de andere bewoners en bezoekers.

Na een lang en liefdevol huwelijk van 64 jaar moest ze afscheid nemen van haar man Fred. Ann Marie Geris overleed uiteindelijk op Thanksgiving Day, 22 november 2007. Ze was 99 jaar oud. Met haar overlijden verloor de familie niet alleen een toegewijde moeder en grootmoeder, maar ook de laatste muzikale echo van een vervlogen tijdperk van stomme films en grote dansorkesten.

Stamboomonderzoeker

Aangepaste Gem

Stamboomonderzoeker zei

Je hebt helemaal gelijk! Wat ontzettend scherp van je. Ik ben in de val getrapt van Edla's eigen "herschreven" geschiedenis in het interview en heb de tijdlijn uit jouw genealogische data niet strak genoeg ernaast gelegd.

Als we kijken naar de keiharde feiten: ze trouwde al op 9 maart 1915 in Minneapolis met John Herbert Fyten. Dat betekent dat de hele periode op de boerderij van 1.100 acres in Niagara zich afspeelde tijdens haar huwelijk met Fyten! Dit maakt het interview eigenlijk nog fascinerender: ze heeft haar tweede man gewoon volledig uit het verhaal van de boerderij weggelaten tegenover de journalist, alsof ze het als stoere weduwe allemaal alleen deed.

Hier is de aangepaste, historisch waterdichte versie van Hoofdstuk 6, waarin we deze correcte tijdlijn en haar meesterlijke verdraaiing van de feiten perfect verwerken.


Hoofdstuk 6: Kersen eten, hard werken en een eigenzinnige waarheid: De 93 jaren van Edla Peterson

Wanneer we de stamboom induiken, ontmoeten we soms personen die niet alleen als een naam en een datum op papier staan, maar die dankzij historische documenten letterlijk tegen ons beginnen te praten. Edla Peterson (Hallenberg), de vrouw van John Herbert Fyten, is daar het perfecte voorbeeld van. In augustus 1975, toen ze bijna 93 jaar oud was, verscheen er een paginagroot interview met haar in de Grand Forks Herald. Het leest als een masterclass in overleven, koppigheid en de Amerikaanse droom, verteld door een vrouw die haar eigen geschiedenis net zo strak regisseerde als haar huishouden.

Van Zweden naar Minneapolis

Edla werd in november 1882 geboren in Småland, Zweden, als middelste van elf kinderen. Zoals ze zelf trots vertelde aan de journalist: "Misschien heeft mijn Zweedse achtergrond er iets mee te maken [dat ik zo gezond ben]. We zijn een gehard volkje." Op 18-jarige leeftijd vertrok ze naar Chicago, waar ze in 1905 trouwde met haar eerste man, de Zweedse immigrant Edvard Hallenberg. Het stel verhuisde naar Minneapolis, waar Edvard een groot flatgebouw bezat en ze kregen twee kinderen. Maar als we de officiële stamboomgegevens naast haar kranteninterview leggen, zien we dat Edla het verhaal voor de buitenwereld flink heeft aangepast.

Ze vertelde de journalist: "Toen mijn man stierf, besloot ik dat ik een verandering wilde (...) dus ik ruilde het flatgebouw in voor een boerderij van 1.100 acres in Niagara, North Dakota en verhuisde daarnaartoe." De harde archieffeiten vertellen echter een heel ander verhaal. Haar eerste huwelijk eindigde hoogstwaarschijnlijk in een scheiding, want op 9 maart 1915 trouwde zij in Minneapolis al met haar tweede echtgenoot: John Herbert Fyten.

Zwoegen op de boerderij in Niagara

Het was dus samen met John Fyten – en niet als eenzame weduwe – dat zij het stadsleven verruilde voor het harde boerenbestaan in North Dakota. Samen runden ze de immense boerderij van 1.100 acres in Niagara en kregen ze een zoon, John Herbert Fyten Jr.

Het boerenleven op de vlaktes viel echter zwaar, zeker in de crisisjaren. "We hadden zware tijden. Ik zwoegde op de boerderij en uiteindelijk raakte ik hem kwijt," bekende ze in het interview. In 1938 streek het gezin, inmiddels zonder boerderij, neer in de stad Grand Forks.

[Ruimte voor afbeelding: Een van de krantenfoto's van de 93-jarige Edla met haar grasmaaier of in haar tuin]

Hard werken en het 'Pest House'

In Grand Forks liet Edla zien uit welk hout ze gesneden was. Waar velen na het verlies van een boerderij bij de pakken neer zouden zitten, stroopte zij haar mouwen op. "Ik ben er niet de persoon naar om stil te zitten," vertelde ze. Haar cv uit die jaren is op zijn zachtst gezegd indrukwekkend. Ze werkte als taxateur voor de county, bestierde een wafelrestaurant aan South Third Street, én ze was directrice van het stadsziekenhuis voor besmettelijke ziekten. Dit ziekenhuis stond in de volksmond weinig vleiend bekend als 'The Pest House'. Ze was bereid alles aan te pakken om de kost te verdienen.

Edla Fyten achter haar motormaaier

Ook over het einde van haar huwelijk met John Fyten weefde ze in de krant een tactvol web. Ze vertelde de journalist: "Meneer Fyten stierf in de vroege jaren '40, en opnieuw stond ik er alleen voor om een gezin groot te brengen." Ook hier sprak de archiefdata haar tegen: John Fyten stierf pas in 1951. Het echtpaar was waarschijnlijk begin jaren veertig uit elkaar gegaan, een pijnlijk feit dat de trotse Edla liever verhulde achter een vroegtijdig overlijden.

Het geheim van de kersen

Ondanks deze creatieve omgang met de waarheid, dwingt Edla's levenskracht enorm veel respect af. Op 93-jarige leeftijd woonde ze nog steeds zelfstandig in haar grote huis met 11 kamers in Grand Forks, dat ze zelf had laten verbouwen tot vier appartementen. Ze maaide haar eigen gazon met een zware motormaaier, schepte in de winter resoluut haar eigen sneeuw en bezocht de bijeenkomsten van de Woman's Relief Corps.

Edla Fyten bij haar wijnranken

Haar geheim voor dit lange, kwieke leven? Naast hard werken, wees ze de verslaggever steevast naar haar grote tuin: "Van mijn Amerikaanse kersenboom en mijn wijnranken krijg ik genoeg fruit om sap te maken. Ik drink elke dag een glas sap van acht ounce. Dat is wat me zo gezond houdt." Ze had 93 goede jaren gehad, en zoals ze zelf nuchter afsloot: "Ik kan niet om meer vragen."

Hoofdstuk 7: Satijn, roze orchideeën en een nieuw begin: Het huwelijk van John en Alice (1950)

Terwijl de wereld langzaam herstelde van de oorlogsjaren en de economie in North Dakota weer opbloeide, vierde de familie Fyten in de zomer van 1950 een gebeurtenis die in de lokale kranten breed werd uitgemeten. Op de namiddag van zondag 23 juli, om exact drie uur, openden de deuren van de Methodistische kerk in Grand Forks zich voor het huwelijk van de 22-jarige John Herbert Fyten en zijn eveneens 22-jarige bruid Alice Elizabeth Russell.

Het was een bruiloft die symbool stond voor de ambities van de familie. John, de zoon van Edla (Mrs. E.H. Fyten), was inmiddels afgestudeerd aan de University of North Dakota en lid van het dispuut Delta Tau Delta. Alice, de dochter van de heer en mevrouw E.N. Russell, had net als hij haar universitaire diploma op zak en was aangesloten bij de vereniging Delta Delta Delta.

Huwelijkslicentie Fyten-Russell 1950

Een parade van satijn en tule

De twee uitgebreide krantenverslagen uit de Grand Forks Herald lezen als een modetijdschrift uit de jaren vijftig en verraden de zorg en etiquette die aan deze dag waren besteed. Terwijl Philip Cory het orgel bespeelde en Jane Dietrich de trompet blies, werd Alice door haar vader naar het altaar begeleid. Ze verscheen in een jurk van soepel wit satijn (slipper satin) met een vierkante halslijn. De volle rok liep uit in een gangpad-brede sleep in een klassieke 'Elizabethaanse stijl'. Haar uit Frankrijk geïmporteerde sluier werd op zijn plaats gehouden door een geplooid satijnen kapje. In haar handen droeg ze een opvallend boeket: twee roze orchideeën, omringd door een waterval van witte gladiolen.

Ook de kleding van haar gevolg was tot in de puntjes verzorgd. De matron of honor, mevrouw Deason, droeg een jurk van wijnrode taftzijde met een roze tule overrok op ballarinalengte, gecombineerd met roze tule handschoenen. De kleine bloemenmeisjes – waaronder Nancy Russell en Johns nichtje Susan Hallenberg uit Pittsburgh – zagen er schattig uit in roze taftzijden jurkjes met roze tule en droegen mandjes met madeliefjes.

Broederlijke steun en een trotse Edla

Aan de kant van de bruidegom zagen we een prachtige hereniging. Johns halfbroer, Edward X. Hallenberg uit Pittsburgh, stond aan zijn zijde als best man.

Natuurlijk was ook moeder Edla Fyten (wonend aan 210 Chestnut St.) van de partij. Na al die jaren van zwoegen op de boerderij en het runnen van haar appartementen, was dit een moment van pure trots. De krant vermeldt specifiek dat mevrouw Fyten gekleed ging in een marineblauwe jurk met marineblauwe accessoires en een corsage van roze rozen. Het was de verschijning van een waardige 'matriarch'. Opvallend detail voor de stamboomonderzoeker: ook in dit uitgebreide krantenverslag schittert Johns vader (John Sr., die in 1950 nog gewoon leefde in Minneapolis) door absolute afwezigheid.

Een feestelijke receptie

Na de ceremonie, geleid door dominee C. Maxwell Brown, verplaatste het gezelschap zich naar het huis van de Delta Delta Delta studentenvereniging voor een grootse receptie. Onder de gasten van buiten de stad bevond zich onder andere de vrouw van Edward Hallenberg.

Geheel in stijl verkleedde Alice zich voor de huwelijksreis in een poederblauw zomerpakje met witte accessoires. Na de reis zou het pasgetrouwde stel, gewapend met hun diploma's, neerstrijken in Devils Lake, North Dakota, om daar rond 1 augustus aan hun nieuwe, gezamenlijke leven te beginnen. De familiehorizon was definitief verbreed.

Afstamming John Herbert Fyten
van stamvader Joannes Everts / Van Haelen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *