Spring naar inhoud

Het geheim van tante Odilia

Een waargebeurd verhaal voor Julie en Maxime

Stel je eens voor dat je een tijdmachine hebt. We nemen opa Ludo en mama Eline mee en we reizen heel ver terug in de tijd. Ver vóór de geboorte van opa Ludo. We reizen naar de tijd van paardenkoetsen en kaarslicht, naar het jaar 1760.

We landen in Sint Odiliënberg, een klein dorpje in Limburg aan de rivier de Roer. Er zijn geen auto’s, geen telefoons en geen elektriciteit. De wegen zijn van modder en boven op de heuvel torent de grote basiliek uit boven de kleine boerderijhuisjes.

Hier begint het verhaal van Tante Odilia.

Jullie verre, verre opa heette Joannes Everts. Hij had twee zoons die belangrijk zijn voor ons verhaal:

  1. Henricus: Dat is júllie voorvader (de opa van de opa van de opa... van jullie mama). Hij kreeg een zoon die Christianus heette.
  2. Matthias: Dat is de broer van Henricus. Hij kreeg een dochter: Odilia Evers.

Odilia en Christianus waren dus nicht en neef van elkaar. Ze waren bijna even oud (ze scheelden maar één jaar!) en hebben vast samen gespeeld in de straten van Sint Odiliënberg. Maar waar jullie voorvader Christianus een rustig leven leidde, had zijn nichtje Odilia een groot geheim.

Het grote schandaal

Op een zomerdag in juni 1760 loopt Odilia met een dikke buik door het dorp. Iedereen kijkt naar haar. De buren roddelen achter hun hand: "Heb je het gezien? Odilia krijgt een baby, maar ze is helemaal niet getrouwd!"

Vandaag de dag is dat heel normaal, maar in die tijd was dat een schandaal. De pastoor van de kerk vond het een zonde en de mensen in het dorp spraken er schande van. Zo’n kind noemden ze "onwettig".

Toen de baby geboren werd – een jongetje dat ze Petrus noemde – moest hij natuurlijk gedoopt worden. Zonder doopsel hoorde je er niet bij. Maar bij zo’n 'foutje' ging dat net even anders.

De detective in de kerk

Stel je voor dat je stiekem in de kerk staat op 5 juni 1760. Het is er koud en het ruikt naar wierook. Bij het doopvont staat een klein groepje mensen. Odilia is er zelf niet bij; zij ligt thuis in bed uit te rusten van de bevalling.

In haar plaats staat haar vader Matthias (de broer van jullie voorvader Henricus) daar. Hij houdt zijn kleinzoon vast, of misschien doet tante Catharina dat wel. De pastoor slaat een groot, dik boek open en kijkt streng over zijn bril.

"Wie is de vader van dit kind?" vraagt hij.

Het wordt doodstil in de kerk. Iedereen weet dat Odilia niet getrouwd is. Maar dan stapt er een vrouw naar voren. Het is Mariel, de vroedvrouw uit Melick. Zij is de enige die het woord mag doen. Ze kijkt de pastoor recht aan.

"Tijdens de bevalling heeft Odilia het mij verteld," zegt ze plechtig. "De vader is Josephus Beckers."

De pastoor knikt en schrijft het op in zijn boek. Josephus Beckers. In het Latijn krabbelt hij erbij: filius illegitimus(onwettige zoon). Dat staat er nu, bijna 300 jaar later, nog steeds!

Zo zie je maar hoe belangrijk familie was. Terwijl Odilia thuis lag, zorgde haar vader Matthias ervoor dat haar zoontje toch netjes gedoopt werd, samen met de familie. Ze lieten haar niet vallen.

De stoere moeder van de baas

Je zou denken dat het slecht afliep met Odilia en haar 'onwettige' zoontje Petrus. Dat ze arm bleven omdat de mensen hen pestten.

Mis!

We spoelen de tijd vooruit, naar 1795. Odilia is nu een oude dame. Ze woont op een van de mooiste plekken in de omgeving: Kasteel Hoosden. Niet als gravin, maar haar zoon Petrus – dat jongetje waar iedereen over roddelde – is nu de Villicus.

Dat is een duur woord voor de 'hoofdpachter'. Petrus was de baas van de boerderij van het kasteel. Hij regelde alles voor de kasteelheer. Hij was een belangrijk man geworden! En zijn moeder Odilia? Die woonde bij hem op het kasteel. In de boeken staat ze beschreven als "Mater Villici": de moeder van de baas. Ze had het gered. Ze had haar zoon in haar eentje grootgebracht tot een succesvolle man.

Jullie eigen puzzelstukje

Het verhaal van Odilia is maar één avontuur uit jullie familiegeschiedenis. Maar jullie eigen lijn, via Henricus, naar Christianus, naar Philippus en uiteindelijk naar opa Ludo en mama Eline, zit ook vol verhalen.

Vraag eens aan je opa of oma naar hun stamboom. Misschien hebben ze nog oude foto’s van je overgrootouders of betovergrootouders. Voor je het weet, reis je net als wij terug in de tijd en ontdek je je eigen geheimen!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *