Spring naar inhoud

De grond onder je voeten

Het Verhaal van Joannes en Henricus

Hé Sam,

Je weet hoe het voelt om met je handen in de aarde te zitten. Of je nu in de tuin werkt of buiten in de natuur bent: je voelt de grond. Maar heb je er ooit bij stilgestaan dat diezelfde liefde voor het land misschien wel in je bloed zit? Meer dan 300 jaar geleden liepen jouw voorvaders, Joannes en Henricus, over dezelfde Limburgse klei. Ze keken naar dezelfde lucht en werkten met dezelfde aarde.

Dit is niet zomaar geschiedenis uit een stoffig boek. Dit is het verhaal van jouw familie, van echte mensen die hielden van het boerenleven, net als jij. Laten we teruggaan naar Sint Odiliënberg, rond het jaar 1700.

Deel 1: Joannes, de Boer van Frymerson

We beginnen bij je oudvader, Joannes Everts (geboren in 1660). Stel je voor dat je naast hem staat. Het is vroeg in de ochtend en de mist hangt nog over de rivier de Roer. Joannes is geen man die stilzit. Hij is een pachter, wat betekent dat hij een grote boerderij huurt van een kasteelheer.

Hij woont op het Voorhof van landhuis Frymerson. Als je daar nu gaat kijken, zie je nog een oude toren en kelders, maar in Joannes’ tijd was dit een bruisend boerenbedrijf. Joannes was een man met aanzien. Hij had niet zomaar een moestuintje; in 1710 had hij 5 koeien, 3 kalveren en wel 26 schapen. Stel je dat eens voor: 26 schapen die geschoren moesten worden en 5 koeien die elke dag met de hand gemolken moesten worden. Geen melkmachines, geen trekkers. Alles ging met brute spierkracht en liefde voor het beest.

Maar Joannes was meer dan alleen een boer. Hij was slim. Hij was Schepen (van 1708 tot 1729). Dat is een soort rechter en gemeenteraadslid in één. Als er ruzie was in het dorp over een stuk land of een gestolen kip, dan was het jouw voorvader Joannes die (samen met anderen) besliste wie er gelijk had.

Er is ook een mysterie rondom Joannes. Niemand weet 100% zeker wie zijn ouders waren. Kwam hij van het landgoed Klein-Paarlo? Er is een oude ruïne daar. Misschien liggen daar wel de diepste wortels van jouw stamboom. Dat is het spannende aan stamboomonderzoek: je bent eigenlijk een detective die 300 jaar oude puzzels oplost.

Deel 2: Henricus, de jongen zonder naam

Joannes en zijn vrouw Johanna Maria kregen kinderen. Eén daarvan is jouw rechtstreekse voorvader: Henricus Everts, geboren in 1700. En al bij zijn geboorte wordt het verhaal een beetje gek. Als je in de oude kerkboeken van 9 mei 1700 kijkt, zie je een doopinschrijving. De datum staat er, de ouders (Joannes en Johanna) staan er... maar waar de naam van de baby moet staan, staat alleen een gekke krabbel.

Was de pastoor moe? Was zijn inkt op? Was hij de naam vergeten? We weten het niet. Maar omdat we weten wie de ouders en de peetouders (de familie Cloudt) waren, weten we bijna zeker: die baby met de krabbel, dat was Henricus. Jij stamt dus af van "de jongen zonder naam".

Deel 3: De Herberg op de Heuvel

Henricus groeide op tussen de koeien en de akkers op Frymerson, maar hij wilde zijn eigen pad kiezen. Waar zijn vader pachter was (huurder), wilde Henricus eigenaar worden.

Hij trouwde met Catharina Slijpen (een boerendochter van de hoeve Klein Dasselray) en deed iets stoers. Hij leende 150 pattacons (dat zijn zilveren munten, de euro’s van toen) en kocht een afgebrande plek in het dorp. Hij bouwde daar een huis dat later bekend werd als "Herberg op de Heuvel".

Henricus was een ondernemer. Hij was niet alleen landbouwer (hij had nog steeds 4 koeien en landbouwgrond), maar hij werd ook bierbrouwer en jeneverstoker. Stel je de geur voor in zijn huis: de zoete geur van mout, het pruttelen van de brouwketels en de geur van vers hooi uit de stallen. Hij maakte zijn eigen bier en verkocht dat in zijn herberg. De mensen in het dorp noemden zijn familie al snel "Everts-op-de-heuvel". Grappig genoeg wordt die bijnaam in Sint Odiliënberg soms nóg gebruikt!

Net als zijn vader werd Henricus Schepen. Hij was belangrijk in het dorp. Toen hij in 1745 overleed, schreven ze in het Latijn bij zijn naam: Scabinus (Schepen). Zijn broer Thijs, die op de oude boerderij Frymerson was blijven wonen, volgde hem op. Zo bleef de familie Everts de baas over het recht en het land.

Jouw belangstelling voor de natuur

Als jij in de tuin werkt en je ziet hoe iets groeit vanuit een klein zaadje tot een sterke plant, dan doe je precies wat Joannes en Henricus deden. Zij leefden met de seizoenen. Als de Roer overstroomde, hadden ze natte voeten. Als de zon scheen, werkten ze op het land. De koeien die Henricus molk en de gerst die hij brouwde tot bier, waren hun leven.

Je kunt vandaag de dag nog steeds naar Sint Odiliënberg gaan. Je kunt lopen waar zij liepen:

  1. Langs de ruïne van Klein-Paarlo (waar Joannes misschien vandaan kwam).
  2. Naar Frymerson (waar Joannes boerde).
  3. Naar de Basiliek op de heuvel (waar ze allemaal gedoopt en getrouwd zijn).
  4. En misschien eet je wel een pizza bij "El Medina" – want dat gebouw staat op de plek waar Henricus zijn bier brouwde en zijn herberg had!

Jij bent de 11de generatie. De liefde voor planten en natuur is niet toevallig. Die is doorgegeven, van vader op zoon, meer dan 300 jaar lang, tot bij jou.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *