Naam vergeten in het doopregister?

Op 9 mei 1700 is een doop in het register van Sint Odiliënberg ingeschreven. Waar de naam van de dopeling moet staan, staat een onleesbare krabbel of afkorting gevolgd door witruimte. Was de pastoor den aam van de dopeling vergeten, toen hij het register invulde? De ouders van de dopeling zijn Joannes Evers en Joanna Hendrix. De peter en de meter zijn Petrus Cloudt en Sibilla van Cruchten. Naar alle waarschijnlijkheid is dit het doopsel van Henricus Evers.
Als schepen aangeduid in overlijdensregister

In het register van overledenen, staat op 19 februari 1745 het overlijden ingeschreven van Henricus Evers. Er staat bij genoteerd: “Scabinus uxoratis martuis (of mortuis)”. Scabinus betekent schepen. Op de lijst van schepenen van het gericht Sint Odiliënberg vinden we Henricus Evers inderdaad terug. Hij was schepen van 1730 tot aan zijn dood in 1745.
Opvolging als schepen
Na het overlijden van de schepenen Hendrick Corsten en Hendrick Everts, zo lezen we op de pagina met de lijst van schepenen, werden op 21 april 1745 de volgende personen genomineerd om daaruit twee opvolgers te benoemen:
- De landscholtis droeg Joes Hendricx en Plechelmus Rijnbooms voor.
- De schepenen droegen voor om te kiezen uit Thijs Everts, Theunis Cuijpers, Hendrick Hendricks, Maes Sillen, Linnert Frencken en Adam Sijben.
Daarbij lette men op de volgende kwaliteiten: geleerd, geboortig en geërfd.
- Plechelmus Rijnboom: oud ca. 33/35 jaar, niet geleerd, geboortig van Bergh, niet geërfd.
- Thijs Everts, geboortig van Bergh, oud 46 jaar, woonde op de voorhof van het Huis Frymersom, en was alleen geërfd in roerend goed. Hij kon lezen en wat schrijven.
- Hendrick Hendricx, oud 43 jaar.
- Teunis Cuijpers, oud 44 jr., geleert weijnig, geboortig van Bergh, geërfd tot 30 morgen; op zijn eigen goed woonachtig.
In mei 1745 werden aangesteld: Thijs Everts en Teunis Cuijpers. Thijs Everts, geboren in 1698 en 46 jaar oud bij zijn aanstelling, was de broer van Henricus.
Over het huis Frymerson kan je meer lezen in het bericht Op wandel in het voetspoor van Jan en Hendrik Everts. Ook de vader van Thijs (en van Henricus) woonde met zijn gezin op Frymerson.
De schepenbank werd voorgezeten door de scholtis of schout, in oudere stukken ook aangeduid met de naam richter. Die werd aangesteld door de landsheer of plaatselijke heer. Steden beschikten vaak over een eigen scholtis, dorpen deden vaak samen met een gezamenlijke landscholtis die geregeld (gewoonlijk iedere twee weken) samen met de schepenbank zitting hield.
Vader en dooppeter gingen hem voor als schepen
Jan Evers, de vader van Henricus, was schepen van 1708-1729. In de lijst van de schepenen staat een + bij het jaartal 1729. Dat wijst erop dat hij schepen was tot aan zijn overlijden. Jammer genoeg staat er geen aanduiding van het feit dat hij schepen was in het overlijdensregister.
Petrus Cloudt was dooppeter van Henricus. Hij was familie van Gielis Cloudt, die een zoon én een neef had met de naam Peter Cloudt. Gielis Cloudt was schepen net voor Jan Everts.
Banden tussen de families Everts en Cloudt
De familie Cloet/Clout/Cloudt was zeker niet onbekend voor de familie Everts/Evers. Die familie komt zelfs 4 keer voor in de lijst met schepenen:
- Dierick Cloet 1661-1674
- Gielis Cloudt 1677-1708
- Adam Clout 1715-1725
- Hendrik Cloudt 1741-1769
Duiding bij de doopinschrijving van 9 mei 1700
De doopinschrijving van 9 mei 1700 in het parochieregister van Sint-Odiliënberg vermeldt duidelijk de datum, de ouders en de peters/meters, maar niet de naam van de dopeling. Op de plaats waar normaal de voornaam staat, is slechts een ongerichte krabbel te zien. Deze markering vertoont geen kenmerken van een naam of afkorting.
Hoe de pastoor doorgaans schreef
In dezelfde hand zien we dat hoofdletters – zoals de “H” in Hendrix – groot, sierlijk en goed herkenbaar zijn. Ook gebruikte de pastoor bij afkortingen vrijwel altijd een duidelijke vorm, zoals H. of Henr. voor Henricus.
De krabbel in de betreffende inschrijving vertoont geen van deze kenmerken en is geen (gedeeltelijke) weergave van de naam Henricus.
Waarom de inschrijving tóch aan Henricus Evers kan worden toegeschreven
Hoewel de naam ontbreekt, wijzen alle overige gegevens naar Henricus Evers:
- Het gaat expliciet om een zoon (filius)
- De ouders Joannes Evers en Joanna Hendrix passen exact
- De genoemde peter en meter (NN Clout en Sibilla van Cruchten) passen binnen het bekende sociale netwerk van de familie
- Henricus’ levensloop en overlijdensdatum sluiten nauw aan bij een geboorte in 1700: een huwelijk in 1726, kinderen geboren vanaf 1727 tot 1741, een schepenambt vanaf 1730 tot zijn overlijden in 1745
Dat een pastoor in de 17e–18e eeuw naliet een naam te noteren, komt vaker voor. Hierdoor vormt het ontbreken van de naam géén bezwaar voor identificatie.
Conclusie
De dopeling van 9 mei 1700 blijft in het register naamloos, maar op basis van alle context is het nagenoeg zeker dat dit de doop van Henricus Evers betreft, later schepen van het gericht van Sint Odiliënberg.