Spring naar inhoud

Persoon

VIII.10 Henricus Veugen

Henricus Veugen werd geboren op 19 december 1832 in Nederweert als zoon van Andreas Jacobus Veugen en Anna Maria Vaes.

Geboorte: 19 december 1832 in Nederweert
Getuigen: Petrus Adrianus Trouwen, 42 jaar oud, landbouwer uit Nederweert en Laurens Ongena, 61 jaar oud, veldwachter uit Nederweert.
Burgerlijk huwelijk: 3 oktober 1856 in Nederweert
Getuigen: Hendrikus Geuns, 74 jaar oud, landbouwer uit Nederweert en Jan Mathijs Maessen, 60 jaar oud, landbouwer uit Nederweert en Pieter Antoon Meuwis, 42 jaar oud, looier uit Nederweert en Pieter Jan Smolenaers, 42 jaar oud, rentenier uit Nederweert.
Kinderen:
Overlijden: 2 december 1899 in Nederweert
Aangevers: Peter Gerardus Geurtjens, 30 jaar oud, landbouwer uit Nederweert en Francis op 't Root, 28 jaar oud, landbouwer uit Nederweert.

Bijzonderheden

Hoofdmemorie (25 juni 1900)

Weduwe Elisabeth de Jong en haar 10 meerderjarige kinderen (of hun echtgenoten) doen aangifte van de erfenis van Hendrik Veugen. (Zij treedt tevens op als voogd over haar jongste, nog minderjarige zoon Cornelis). Ze verklaren dat uit hun huwelijk 11 kinderen in leven zijn, die allen voor 1/11e deel erfgenaam zijn.

Het actief bestaat uit exact de helft van de volgende gemeenschappelijke bezittingen:

  1. Ruim 18,8 hectare aan boerderijen en landerijen (zie tabel), met een aandeelwaarde van f 2.780,00.
  2. Inboedel, vee, gereedschap en oogst: f 630,00.
  3. Spaargeld bij de Rijkspostspaarbank: f 300,00.
  4. Het zogenaamde 'bloot eigendom' van nog eens 1,6 hectare landerijen: f 350,00.
  5. Een uitstaande hypothecaire lening aan L. Janssen in Meijel (totaal f 1.500,00, aandeel f 750,00).
  6. Een uitstaande hypothecaire lening aan J. Vestjens in Nederweert (totaal f 650,00, aandeel f 325,00).
  7. Rente op de leningen (f 20,28) en contant geld in huis (f 80,00). Totaal actief volgens de klerk: f 5.260,28. Totaal na aftrek van de begrafeniskosten (f 95,00) is f 5.165,28.

Aanvullende aangifte (februari 1909)

In 1909 doen de 11 kinderen opnieuw aangifte. Ze blijken in 1900 een schuldvordering te zijn vergeten! De inmiddels "voormalige" notaris Le Bruin uit Nederweert had nog f 1.128,96 (inclusief rente) van hen geleend. Omdat hij blijkbaar in financiële problemen (mogelijk faillissement of fraude) zat, werd in 1902 slechts 15% van deze schuld uitgekeerd en in 1908 nog eens ruim 11%. Van de magere f 297,82 die zij in totaal wisten terug te krijgen, moest nog steeds over de helft (f 148,91) erfenisbelasting betaald worden.

Omschrijving onroerend goed Kadastrale aanduiding (Nederweert) Eigendom Oppervlakte (historisch) Oppervlakte (modern: m²) Getaxeerde Waarde (aandeel)
Gebouwen, tuinen, weiland, bouwland, heide, moeras, struwelen en veengrond Sectie D (24 nrs, o.a. 229, 234, 488, 3177), Sectie C (1617, 1660) & Sectie E (1354, 1355, 1352) 1/2 aandeel (Gemeenschap van goederen) 18 hectaren, 89 aren, 65 centiaren 188.965 m² (bijna 18,9 hectare) f 2.780,00
Bloot eigendom in huis, schuur en erf Sectie D nrs. 949, 944, 947, 1392, 1393, 1781 1/2 aandeel in bloot eigendom 1 hectare, 63 aren, 20 centiaren 16.320 m² f 350,00

3. Extract van geboorte in het erfenisdossier

De geboorteakte van Petrus Joannes Feijen uit 1837 is aan dit dossier toegevoegd. In de tabel zie je dat Hendrik voor de helft 'bloot eigendom' bezat van 1,6 hectare grond. Dat betekent dat hij eigenaar was, maar dat iemand anders het recht op vruchtgebruik had tot diens dood. Om de waarde van dit blote eigendom voor de belasting te berekenen, is de exacte leeftijd van de vruchtgebruiker wettelijk vereist (hoe ouder de vruchtgebruiker, hoe waardevoller het blote eigendom). Dit uittreksel bewijst dat Petrus Joannes Feijen in 1900 63 jaar oud was; hij was ongetwijfeld de vruchtgebruiker van dit landgoed!

Extra foto
Nalatenschap Henricus Veugen 1899

Verhalen

De vruchten van de zandgrond: rijkdom voor Henricus Veugen en zijn gezin

Voor de familie Veugen was de aarde rond Nederweert geen plek van uitsluitend zweet en armoede; het was een bron van voorspoed. Terwijl veel van hun dorpsgenoten de eindjes aan elkaar moesten knopen met een rammelend weefgetouw, wist Henricus Veugen zijn landerijen jaar in jaar uit uit te breiden. Met de ijver die boeren op de zandgrond kenmerkt, kocht hij stukje bij beetje akkers, weilanden, moeras en heide aan, tot zijn eigendom bijna 19 hectare besloeg.

Maar het echte levenswerk van Henricus en zijn vrouw Elisabeth de Jongh lag niet in het zand of in het geld dat ze belegden op de Rijkspostspaarbank, en ook niet in de verstrekte hypotheken aan dorpsgenoten. Het lag in het leven zelf. Terwijl om hen heen de kindersterfte onverbiddelijk toesloeg in Midden-Limburg, zag Elisabeth al haar elf kinderen gezond opgroeien. Elf monden om te voeden, elf kinderen om te kleden, en elf kinderen die stuk voor stuk volwassen werden en in het huwelijk traden of aan het werk gingen.

Toen Henricus in december 1899 de ogen voorgoed sloot, liet hij geen gebroken gezin achter, maar een kleine dynastie. Een paar maanden later, op de warme zomerdag van 25 juni 1900, verzamelden al die elf kinderen, vergezeld door hun kersverse echtgenoten, zich om de enorme erfenis te regelen. Van de oudste dochter Anna Catharina tot de piepjonge, negentienjarige Cornelis; ze stonden er allemaal.

Henricus liet hun een aanzienlijk fortuin na, maar ook een wijze les over vertrouwen. Hun vader, de succesvolle boer, had ooit een fors bedrag van elfhonderd gulden toevertrouwd aan notaris Le Bruin, een man van aanzien. Die beslissing bleek een van de weinige inschattingsfouten van Henricus. Jaren na zijn dood zaten de kinderen nog met de brokken van die lening, in kleine, schamele percentages afbetaald door een notaris die zijn titel en eer inmiddels was kwijtgeraakt. Maar zelfs dat verlies kon de welvaart van de familie Veugen niet deren. Ze stonden met hun voeten stevig in de Limburgse klei en zandgrond; met z’n elven waren ze sterker dan wie dan ook in Nederweert.