IX.110 Hubertus Wilhelmus Graus ♂
Hubertus Wilhelmus Graus werd geboren op 19 februari 1878 in Roermond als zoon van Hendrik Hubertus Graus en Gertrudis Maria Hubertina Kocken.
Geboren om 03:00 uur in het huis in de Heiligen Geeststraat. Zoon van Gertrudis Maria Hubertina Kocken (zonder beroep). De aangifte vond plaats op 20 februari 1878.
Het huwelijk is voltrokken om 11:00 uur in het stadhuis. De bruidegom is Hubertus Wilhelmus Graus (polijster, geboren op 19 februari 1878 te Roermond en wonend te Antwerpen), minderjarige zoon van Hendrik Hubertus Graus (spoorwegbediende) en Gertrudis Maria Hubertina Kocken (beiden wonend te Antwerpen). De bruid is Catharina Maria Schalbroeck (arbeidster, geboren op 21 november 1875 te Antwerpen en daar wonend), meerderjarige dochter van Franciscus Schalbroeck (arbeider) en Maria Ludovica Bastini (beiden wonend te Antwerpen). De ouders van de bruidegom en de ouders van de bruid waren aanwezig en gaven toestemming. Het echtpaar erkent bij dit huwelijk hun kind Franciscus Ludovicus Schalbroeck, geboren op 19 augustus 1895 te Antwerpen. In de marge staan de adressen Eggestraat 12 en Beekstraat 5 vermeld.
- Franciscus Ludovicus Graus
* 19 augustus 1895 in Antwerpen - Henricus Franciscus Hubertus Graus
* 18 oktober 1897 in Antwerpen - Leonardus Henricus Graus
* 20 februari 1899 in Antwerpen - Guilielmus Graus
* 25 augustus 1900 in Antwerpen - Alphonsus Henricus Graus
* 15 februari 1903 in Antwerpen - Mathilda Maria Victor Graus
* 23 oktober 1910 in Antwerpen - Ludovicus Remigius Graus
* 1 maart 1912 in Borgerhout - Adelina Alphonsina Graus
* 17 december 1913 in Antwerpen
Overleden op 86-jarige leeftijd. Hij was geboren te Roermond (Nederland) op 19 februari 1878, had de Nederlandse nationaliteit, was zonder beroep en stond ingeschreven aan de Violetstraat 8 (Wk.5) te Antwerpen. Weduwnaar van Catharina Maria Schalbroeck. Zoon van wijlen Hendrik Hubertus Graus en wijlen Gertrudis Maria Hubertina Kocken. Het betreft een uittreksel voor het Vreemdelingenbureau, afgegeven op 3 november 1964.
Bijzonderheden
Woonplaatsen
- 19 februari 1878: Geboorte in Roermond (Nederland), Heiligen Geeststraat.
- 14 oktober 1881: Officiële inschrijving in de stad Antwerpen (aankomst met zijn ouders).
- 1897 - 1899: Lange Van Bloerstraat 103, Antwerpen (Hier worden Franciscus en Leonardus geboren).
- 1900 - 1903: Beekstraat 5, Antwerpen (Geboorte van Guillaume en Alphonsus).
- 1910: Beekstraat 7, Antwerpen (Geboorte van Mathilda).
- 1912: Terloostraat 61 (ook Eekloostraat genoemd in politiedossier), Borgerhout (Geboorte van Ludovicus Remigius).
- April 1913: Terugkeer naar Antwerpen, Lange Van Bloerstraat / Beekstraat 7.
- December 1913: Beekstraat 7, Antwerpen (Geboorte van Adelina).
- 1919 - 1927: Violetsteeg 10, Antwerpen (Latere spelling: Violetstraat).
- Januari 1936: Lange Loobroekstraat 162 (Wijk 11), Antwerpen.
- 1937 - 1943: Violetstraat 5 (Wijk 5), Antwerpen.
- 1945 - 1964: Violetstraat 8, Antwerpen. Hier slijt hij zijn laatste jaren op de 1e verdieping (in een appartement van 2 plaatsen/kamers), waar hij op 30 oktober 1964 overlijdt.
Verhalen
De crisisjaren van een Antwerpse dokwerker
Het leven van een havenarbeider (‘dokker’) in Antwerpen was in het begin van de twintigste eeuw bikkelhard. Hubertus Wilhelmus Graus verdiende zijn brood met zware, fysieke arbeid. In de geboorteakten van zijn vele kinderen zien we hem worstelen om het hoofd boven water te houden; zijn beroep wisselt van polijster en vuurstoker tot voerman en uiteindelijk dokwerker. Het was daglonerswerk, zonder enige vorm van werkzekerheid.
De genadeslag kwam tijdens de wereldwijde economische crisis van de jaren dertig. Uit zijn vreemdelingendossier blijkt dat Hubertus vanaf 1936, op 58-jarige leeftijd, zijn zware werk in de haven niet meer kon volhouden en definitief werkloos raakte. Het gezin viel terug op de schamele “werkloozensteun” van amper 105 tot 117 frank per week. Het gezin was zo arm, dat Hubertus als Nederlander de verplichte leges voor zijn identiteitskaart niet meer kon betalen. Tussen 1936 en 1945 moest hij zich maar liefst zes keer bij de politie melden om een “Verklaring van Onvermogen” in te vullen. Op deze armoedeformulieren werd de bittere realiteit opgetekend: het gezin overleefde op een “kamer en mansarde” (zolderkamertje) en was volledig afhankelijk van de steun en de kleine inkomens van hun thuiswonende kinderen. Pas in de late jaren ’50, woonachtig op een klein appartement in de Violetstraat, kon hij als weduwnaar eindelijk van een bescheiden ouderdomspensioen genieten.






De Weegschaal van Hubertus
Het grote gezin Graus moest in de roerige jaren twintig creatief zijn om te overleven. Hubertus Wilhelmus werkte hard in de haven, maar probeerde daarnaast blijkbaar wat bij te verdienen als marktkramer. Dat hij daarbij soms het randje van de wet opzocht uit pure noodzaak, blijkt uit een opmerkelijk document dat diep in de archieven van de Antwerpse Vreemdelingenpolitie verborgen lag: zijn Strafregister.
Op 18 mei 1928, Hubertus is dan inmiddels vijftig jaar oud, reist hij af naar de markt in de nabijgelegen stad Lier. Waarschijnlijk probeerde hij daar waren aan de man te brengen om de wekelijkse inkomsten wat aan te vullen. Maar de lokale politie houdt een strenge controle en betrapt Hubertus op heterdaad. De reden? Hij is op de markt in het bezit van “vals gewicht”. Oftewel: hij had geknoeid met zijn weegschaal of gewichten, waardoor de klanten net iets te weinig product kregen voor hun zuurverdiende franken.
Tot overmaat van ramp had hij ook zijn vreemdelingenkaart (“I.K.”) niet bij zich. De Politierechtbank in Lier was onverbiddelijk en deelde een boete uit van meerdere tientallen franken (15fr x 10) en een voorwaardelijke celstraf. Een kleine ambtelijke smet op zijn blazoen, maar honderd jaar later vooral een mooi en menselijk bewijs van een huisvader die alles op alles zette om in de metropool te overleven.

Jonge vader moet wachten om te trouwen
In de nazomer van 1895 stond de zeventienjarige Hubertus Wilhelmus Graus plotseling voor de verantwoordelijkheden van het vaderschap. Zijn partner, de twee jaar oudere Catharina Maria Schalbroeck, schonk op 19 augustus het leven aan hun eerste zoon, Franciscus Ludovicus. Een huwelijk bleef echter uit, en wel om een dwingende juridische reden. Volgens het toenmalige Burgerlijk Wetboek moesten mannen minimaal achttien jaar oud zijn om in het huwelijk te mogen treden. Voor een eerdere verbintenis was een zeldzame en dure Koninklijke dispensatie nodig, een luxe die voor een jonge arbeidersfamilie in Antwerpen onbereikbaar was. Hun zoon werd zodoende als onwettig kind geregistreerd in de boeken van de burgerlijke stand.
Twee jaar later kon het jonge paar hun gezin eindelijk officialiseren. Op 21 augustus 1897 gaven Hubertus en Catharina elkaar het ja-woord in het stadhuis van Antwerpen. Tijdens deze plechtigheid werd hun oudste zoon direct officieel door de vader erkend en daarmee gewettigd. Dat de bruiloft op dat specifieke moment in de nazomer werd gepland, was beslist geen toeval: de bruid stond hoogzwanger voor de ambtenaar. Nog geen twee maanden na de voltrekking van het huwelijk, op 18 oktober 1897, werd de tweede zoon van het gezin, Henricus Franciscus Hubertus, geboren.

