IX.66 Maria Christina Trips ♀📜 Historische Tijdlijn
Maria Christina Trips werd geboren op 10 april 1874 in Maaseik als dochter van Jan Henri Trips en Maria Lintermans.
- Maria Josephina Hubertina Trips
* 1 april 1899 in Maaseik, † 29 oktober 1899 in Maaseik
Bijzonderheden
- Ging in Sint-Joost-ten Node werken als dienstmeid en werd er zwanger van een dochter, die in Maaseik geboren werd.
Ze had een naaiwinkeltje in de Nootstal op de Markt van Maaseik. Naar het schijnt was er in die tijd geen toilet. - Woonde in 1962 in de Grote Kerkstraat 39, 3680 Maaseik (het bejaardentehuis)
- Ging met de kinderen van haar neef Albert Everts, die woonde aan de Bleumerstraat 28, regelmatig wandelen en de kippen voeren (de tiejetekes voore) op de wal.
Verhalen
Het levensverhaal van Maria Christina “Tante Stiene” Trips (1874–1965)
Een sterke overlever in een groot gezin
Maria Christina wordt geboren op 10 april 1874 in Maaseik als dochter van metselaar Hendrik Trips en Maria Lintermans. Ze groeit op in een gezin dat getekend is door het harde leven van de 19e eeuw; van de twaalf kinderen die haar ouders krijgen, zien we er velen op jonge leeftijd overlijden. Christina, later liefkozend “Stiene” genoemd, is een van de weinige kinderen die de volwassenheid bereikt, samen met haar broers Jan Nicolaas en Lambert, en haar jongere zusje “Jes” (Maria Agnes).
De “Vlaamse Meisjes” in Brussel
Zoals veel jonge Limburgse vrouwen in die tijd, trekt Stiene als jongvolwassene naar Brussel om daar als dienstmeid te werken. Ze komt terecht in Sint-Joost-ten-Node. Het leven in de grootstad is echter niet zonder risico’s en gevolgen.
In 1899 keert ze, 24 jaar oud, terug naar het veilige maar conservatieve Maaseik. Ze is zwanger en ongehuwd. Op 1 april 1899 (aangifte 4 april) bevalt ze in Maaseik van een dochtertje: Maria Josephina Hubertina. Omdat er geen vader is om het kind te erkennen, krijgt het meisje de achternaam Trips. De bevalling wordt aangegeven door de vroedvrouw, Cecile Aerts.
Verlies en veerkracht
Na de bevalling moet er brood op de plank komen. Stiene treedt in dienst bij de familie van Arthur Philips, een bemiddelde handelaar in Maaseik. Ze woont bij haar werkgever in huis, waarschijnlijk samen met haar pasgeboren baby.
Het noodlot slaat echter toe in de herfst van datzelfde jaar. Op 29 oktober 1899, ’s ochtends om 05:00 uur, overlijdt de kleine Maria Josephina. Ze is slechts zes maanden oud geworden. Het is haar werkgever, Arthur Philips, die het overlijden gaat aangeven op het stadhuis en daarbij verklaart “dat de moeder van het kind bij hem in dienst is”.
Van dienstmeid tot zelfstandige in de Nootstal
Ondanks het verdriet en het stigma van het ongehuwde moederschap, laat Stiene zich niet kisten. Ze toont een enorme veerkracht. Waar ze in 1899 nog als dienstmeid te boek stond, zien we haar in 1911 – bij het huwelijk van haar zus Maria Agnes met Philippus Everts – optreden als getuige met het beroep winkelierster.
Stiene begint een naaiwinkeltje in De Nootstal, een historisch pandje vlakbij de Markt van Maaseik. Op de foto die bewaard is gebleven, zien we haar voor de etalage staan: een statige vrouw met een vriendelijke maar getekende blik, de handen gevouwen over haar schort. Het leven in de Nootstal was primitief; het huisje was zo smal en oud dat er naar verluidt geen toilet aanwezig was. Toch was dit haar eigen koninkrijkje.

Tante Stiene
In de familie wordt ze “Tante Stiene”. Ze blijft ongehuwd, maar is nauw betrokken bij de kinderen van haar broers en zussen. In latere jaren trekt ze veel op met de kinderen van haar neef Albert Everts (uit de Bleumerstraat). Ze gaat met hen wandelen op de stadswallen om de kippen te voeren – of in het Maaseiks dialect: “de tiejetekes voore”.
De laatste jaren
Stiene wordt oud, heel oud. Ze overleeft al haar broers en zussen. Haar laatste jaren slijt ze in het rusthuis aan de Grote Kerkstraat 39. Ze overlijdt uiteindelijk op 31 mei 1965, op de gezegende leeftijd van 91 jaar. Op 3 juni 1965 wordt ze in Maaseik begraven.
Met haar overlijden verdwijnt een markant figuur uit het Maaseikse straatbeeld, maar dankzij de foto voor haar winkeltje in de Nootstal blijft het beeld van de sterke, zelfstandige Tante Stiene voor altijd bewaard.
