Spring naar inhoud

Persoon

VIII.133 Odilia Hommen

Odilia Hommen werd geboren op 23 september 1804 in Sint Odiliënberg als dochter van Hubertus Hommen en Johanna Nijssen.

Geboorte: 23 september 1804 in Sint Odiliënberg
Getuigen: Pierre Beckers, 45 jaar oud, pachter/boer uit Sint Odiliënberg en Henri Hommen, 32 jaar oud, landbouwer uit Sint Odiliënberg.
Doopsel: 18 september 1804 in Sint Odiliënberg
Getuigen: Petrus Beckers, uit Sint Odiliënberg en Gertrudis Theunissen, uit Sint Odiliënberg.

Er is een datumverschil tussen het parochieregister (18 september 1804 ) en de doopakte (1 Vendémiaire jaar XIII  of 23 september 1804)

Burgerlijk huwelijk: 16 februari 1850 in Sint Odiliënberg
Getuigen: Gerard Hommen, 49 jaar oud, dagloner uit Sint Odiliënberg, broer van de bruid en Peter Wynandts, 38 jaar oud, timmerman uit Sint Odiliënberg en Hendrik Schreuders, 27 jaar oud, kleermaker uit Sint Odiliënberg en Godfried van der Vorst, 38 jaar oud, dagloner uit Sint Odiliënberg.

Het huwelijk is voltrokken in het gemeentehuis. De bruidegom is Joannes Timmermans (30 jaar, dagloner, geboren op 8 mei 1819 te Posterholt en wonend in het gehucht Gebroek onder Melick), weduwnaar van Elisabeth Cleef en van Ida Cleef, meerderjarige zoon van Joannes Timmermans en Anna Catharina Hueskens (beiden dagloners te Posterholt). De bruid is Odilia Hommen (45 jaar, arbeidster, geboren op 1 vendémiaire van het dertiende jaar der Franse Republiek [23 september 1804] te Sint Odiliënberg en daar wonend), meerderjarige dochter van wijlen Hubert Hommen en wijlen Anna Nyssen. De ouders van de bruidegom gaven toestemming per authentieke akte. De bruidegom heeft aan zijn verplichtingen voor de Nationale Militie voldaan. De bruidegom en de bruid verklaarden niet te kunnen schrijven.

Overlijden: 23 april 1877 in Melick
Aangevers: Jan Timmermans, 46 jaar oud, landbouwer uit Melick, echtgenoot van de overledene en Jan Peter Jansen, 33 jaar oud, landbouwer uit Melick, bekende.

Bijzonderheden

Memorie van aangifte van de nalatenschap van Odilia Hommen, overleden te Melick op 23 april 1877.

De ondergetekende Jan Timmermans, landbouwer (akkerman) te Roermond, kiest voor de afwikkeling van deze akte wettelijk verblijf (domicilie) in zijn eigen woonhuis aldaar, en verklaart: Dat zijn echtgenote, Odilia Hommen, op haar laatste woonplaats in Melick kinderloos is overleden. Dat zij hem bij testament — opgemaakt door notaris Corbeij te Sint Odiliënberg op 16 augustus 1862 en correct geregistreerd — tot haar enige erfgenaam heeft benoemd.

Dat haar nalatenschap uit de volgende bezittingen (Activa) bestaat:

Bezittingen (Actief):

  1. De onverdeelde helft in een huis met erf, bouwland en heide, gelegen in de gemeente Melick en omstreken (kadastraal bekend als Sectie E, nummers 1955, 1957, 1959, 1961, [ONLEESBAAR] 38 en 2040). Deze percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 89 aren en 5 centiaren (8.905 m²). Op deze percelen rust een jaarlijkse erfpacht (rente) ten behoeve van de gemeente Melick, bestaande uit 0,55 hectoliter rogge, 0,55 hectoliter boekweit en 0,825 hectoliter gerst. Na aftrek van deze lasten wordt de helft van de waarde van deze onroerende goederen geschat op 270,00 gulden.
  2. De helft van enkele meubels, het vee, de landbouwgereedschappen en de nog op het veld staande gewassen (vruchten), samen geschat op 95,00 gulden.
  3. Het contante geld dat op de dag van overlijden in huis aanwezig was, zijnde 3,00 gulden.

Het totale Actief bedraagt hiermee 368,00 gulden.

Schulden (Passief): Omdat zij in gemeenschap van goederen waren getrouwd, komt de helft van de openstaande huishoudelijke schulden ten laste van de nalatenschap van Odilia:

  1. De helft van een schuld aan Peter Geelen, bakker te Melick, voor geleverd brood in de jaren 1876 en 1877, zijnde 20,40 gulden.
  2. De helft van een schuld aan Gerard Schmitz, winkelier te Melick, voor geleverde kruidenierswaren in de jaren 1876 en 1877, zijnde 18,05 gulden.
  3. De helft van een schuld aan dokter Reurs te Roermond wegens medische hulpverlening in het jaar 1877, zijnde 15,00 gulden.
  4. De helft van een schuld aan apotheker Nijs te Roermond wegens geleverde medicijnen in het jaar 1877, zijnde 7,00 gulden.
  5. De volledige kosten voor de begrafenis van de overledene, inclusief de kerkdienst voor de herdenking na één jaar (het eerste jaargetijde), zijnde 40,00 gulden.

Het totale Passief bedraagt 100,45 gulden.

Na aftrek van de schulden resteert er een zuiver saldo van 267,55 gulden dat door Jan Timmermans wordt geërfd.

Verder verklaart de ondergetekende dat de overledene geen goederen als bezwaarde erfgename of in vruchtgebruik bezat, en dat er door haar overlijden geen periodieke uitkeringen zijn overgegaan of komen te vervallen. Opgemaakt te Roermond in oktober 1877.

Aanvulling: Op 13 oktober 1877 is Jan Timmermans voor de kantonrechter en de griffier in Roermond verschenen. Omdat hij niet kon schrijven, legde hij de wettelijke eed mondeling af dat hij de boedel eerlijk en correct had opgegeven.

Extra foto
Nalatenschap Odilia Hommen 1877

Verhalen

De laatste wil van Odilia

Odilia Hommen was een kind van de Franse tijd. Geboren in de herfst van 1804 in Sint Odiliënberg, groeide ze op in een wereld die in rap tempo veranderde. Toen zij op latere leeftijd in het huwelijk trad met de maar liefst 27 jaar jongere Jan Timmermans, wist het koppel dat er geen wiegjes meer in hun boerderij in Melick zouden schommelen. Ze werkten hard op hun bescheiden boerderij, die nog geen hectare besloeg en gebukt ging onder oude pachtrechten waarbij ze jaarlijks rogge, boekweit en gerst aan de gemeente moesten afdragen.

Jan was een analfabete, maar uiterst betrouwbare man; een man die door de buren zo werd vertrouwd dat hij zelfs werd aangewezen als voogd voor de weeskinderen in het dorp. Odilia wilde haar jongere echtgenoot beschermen. Als zij zou komen te overlijden, zou haar helft van de boerderij in handen vallen van haar eigen bloedverwanten, waardoor Jan op straat kon belanden. Daarom wandelden ze in de zomer van 1862 naar notaris Corbeij in Sint Odiliënberg. Daar liet Odilia zwart op wit vastleggen dat Jan haar enige erfgenaam zou zijn.

Het was een verstandig besluit. Vijftien jaar later, in het voorjaar van 1877, werd de 72-jarige Odilia ernstig ziek. Dokter Reurs uit Roermond reisde naar Melick om haar medische hulp te bieden en apotheker Nijs leverde medicijnen, maar het mocht niet meer baten. Ze stierf in april. De bakker en de kruidenier kregen hun openstaande rekeningen uit de erfenis betaald, en Jan behield het eigendom van de boerderij. In oktober 1877 stond hij in het statige gerechtsgebouw van Roermond. Daar hief hij zijn hand op voor de kantonrechter en zwoer een eed dat hij de erfenis van zijn geliefde, oudere vrouw eerlijk had afgehandeld. Niet lang daarna sloot hij de deur van de boerderij in Melick definitief achter zich, en begon hij een nieuw leven als akkerman in de stad Roermond.