Spring naar inhoud

Burgemeester Jan in de gevangenis: een waargebeurd avontuur uit 1709

Stel je voor: het is meer dan 300 jaar geleden. Er zijn nog geen auto's, geen telefoons en geen verharde wegen. Je bent in het dorpje Sint Odiliënberg in het jaar 1709.

In dit dorp woont Jan Everts. Jan is niet zomaar iemand. Hij is een belangrijke en rijke boer. Hij woont op de voorhof van een groot landhuis dat Frymerson heet. In zijn stallen en weiden staan 5 koeien, 3 kalveren en wel 26 schapen. Omdat hij zo'n belangrijke man is, is hij gekozen tot 'schepen' en burgemeester van het dorp. In die tijd betekende dat niet dat je de hele dag op een mooi kantoor zat met een gouden ketting om je nek. Nee, het was eigenlijk een heel gevaarlijke baan.

Er was namelijk oorlog. De 'Spaanse Successieoorlog' was in volle gang en grote legers van de koningen van Frankrijk, Pruisen en Spanje marcheerden dwars door Limburg. Als die duizenden soldaten met hun paarden door Sint Odiliënberg trokken, hadden ze vreselijke honger. Ze eisten van het dorp honderden kilo's haver, stro en brood.

Ook wilden de legers geld. Heel veel geld. Dat noemden ze de 'Franse contributies' (oorlogsbelasting). En wie moest ervoor zorgen dat al dat geld en eten werd verzameld? Precies: burgemeester Jan Everts.

Op een dag in september 1709 gaat het helemaal mis. De schatkist van het dorp is helemaal leeg. De inwoners hebben geen zilveren munten of graan meer om aan de legers te geven. De legerbazen en de 'drossaard' (een soort hele strenge politiebaas van de streek) zijn woedend. Omdat het dorp niet kan betalen, besluiten ze om de burgemeester dan maar te straffen.

Kijk goed naar dit oude briefje uit 1709! Hierop heeft iemand opgeschreven dat burgemeester Jan Everts was opgepakt en in de gevangenis van herberg 'De Keijser' zat. Het grote kruis dat dwars door de tekst is gekrast, betekent waarschijnlijk dat de boete was betaald en hij weer vrij was!

Op 3 september wordt Jan Everts door de drossaard opgepakt. Hij wordt meegenomen en een maand later wordt hij in de grote, ommuurde stad Roermond opgesloten. Hij wordt gevangengezet in een herberg die 'De Keijser' heet. Daar moet hij acht dagen lang blijven. Dit heette in die tijd een 'gijzeling'. De drossaard dacht: als we de burgemeester opsluiten, gaan de mensen in het dorp vast heel snel geld inzamelen om hem vrij te kopen! Dat kostte het dorp ook nog eens 4 stuivers per dag aan strafkosten.

Uiteindelijk komt Jan weer vrij en keert hij terug naar zijn boerderij en zijn gezin. Maar de oorlog is nog niet voorbij. Jan moet met zijn eigen paard en wagen de soldaten helpen om hun zware spullen te vervoeren. Dagenlang reist hij met de troepen mee naar steden ver weg, zoals Pier en Lennep.

Ondanks alle gevaren blijft Jan gewoon burgemeester. Hij moet heel veel belangrijke belastingpapieren ondertekenen. Andere mannen uit die tijd konden vaak niet schrijven en zetten dan maar een simpel kruisje onder een contract. Maar Jan niet! Hij had iets dat heel modern was voor die tijd: een eigen, op maat gemaakte inktstempel. Als hij een wet of contract goedkeurde, drukte hij zijn stempel in de inkt en zette hij een strakke afdruk op het papier: I • EVERTS. (In die tijd werd de letter J vaak als een I geschreven).

Dit is de échte stempel van burgemeester-schepen Jan Everts, precies zoals hij hem meer dan 300 jaar geleden op het papier drukte. Omdat ze de letter 'J' vroeger vaak als een 'I' schreven, staat er 'I • EVERTS'. Dit was zijn eigen, speciale handtekening voor belangrijke documenten.

Zo weten we ruim 300 jaar later, dankzij die stoere stempel en de oude, stoffige boeken uit het archief, nog precies wat de dappere burgemeester Jan Everts allemaal heeft meegemaakt!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *