Spring naar inhoud

Een leven om trots op te zijn: Henricus Evers (1832-1914)

Een valse start

Het leven van Henricus begint niet makkelijk. Als hij in 1832 wordt geboren, is zijn vader Nicolaas een analfabete dagloner die later probeert rond te komen als katoenwever in de opkomende industrie. De armoede ligt op de loer. De klap komt hard aan als vader Nicolaas in een koude nacht in februari 1842 sterft. Henricus is dan pas negen jaar oud. Hij is een halve wees. In die tijd was het lot van zo'n jongen vaak bezegeld: ook dagloner worden, niet naar school gaan, overleven. Maar Henricus doet iets anders. Hij leert lezen en schrijven – en met een zwierig handschrift ook! Hij leert een vak. Hij wordt geen sjouwer, maar schoenmaker.

De Jaren in de Hamstraat (1861-1886

In 1861, bijna dertig jaar oud, trouwt hij met Anna Maria Catharina Schnock. Ze vestigen zich in de Hamstraat, een drukke straat vol bedrijvigheid. Hier bouwt hij zijn schoenmakerij op. Het huis vult zich snel. Tussen 1862 en 1876 worden er zeven kinderen geboren: Petrus (Henri), Elisabeth, Margaretha, Josephus, Willem, Anna en Leonardus (Leo).

Maar Henricus staat er niet alleen voor. Uit de akten rijst een beeld op van een hechte vriendenkring, de "harde kern" van de Hamstraat:

  • Theodorus Hermans, de winkelier.
  • Petrus Laarmans, de winkelier.
  • Later Jacobus Kooren, de smid.

Tientallen jaren lang zijn zij elkaars getuigen. Ze vieren de geboortes met beschuit met muisjes, maar ze dragen ook de kist. Wanneer in mei 1879 het zoontje Willem (8 jaar) sterft, zijn het de buren Hermans en Kooren die de zware gang naar het stadhuis maken, zodat vader Henricus bij zijn vrouw kan blijven.

Van ambachtsman naar middenstander

Rond 1880, als Henricus de vijftig nadert, gebeurt er iets opvallends. Hij legt de hamer en de leest neer. In de huwelijksakte van zijn dochter in 1891 noemt hij zich ineens Epicier (Kruidenier). Hij is de handel in gegaan. Hij heeft zich opgewerkt van handwerksman naar winkelier, net als zijn beste vrienden. Ook zijn vrouw Anna maakt een ontwikkeling door. Waar ze in 1861 nog een kruisje zette, tekent ze vanaf 1891 trots met "A.M.C. Schnock".

Het gezin investeert duidelijk in de toekomst van de kinderen. Er komen geen schoenmakers meer bij:

  • De oudste zoon Henri wordt kunstschilder.
  • Zoon Leo wordt letterzetter (een intellectueel beroep).
  • Dochter Anna trouwt met een klerk uit Amsterdam.

De Conciërge van de Munsterstraat

In 1886, op de valreep, krijgen Henricus (54) en Anna (45) nog een nakomertje: Petrus Julius. Rond die tijd verhuist het gezin van de vertrouwde Hamstraat naar de chiquere Munsterstraat. Henricus vindt hier zijn laatste roeping: hij wordt conciërge. Een functie met aanzien, waarschijnlijk beheerder van een groot pand of instelling in de schaduw van de Munsterkerk.

Op de foto die je hebt, zien we waarschijnlijk de Henricus uit deze periode. De conciërge, de patriarch. Een man die rust uitstraalt. Hij ziet zijn kinderen uitvliegen naar Venlo en Amsterdam, maar de kern blijft in Roermond.

Het Einde van een Tijdperk

Henricus is sterk. Hij overleeft zijn oudste zoon Henri (die in 1910 sterft). Hij blijft tot op hoge leeftijd samen met zijn Anna. Op 13 september 1914, terwijl in Europa de Eerste Wereldoorlog net is uitgebroken, sluit Henricus Evers zijn ogen in zijn huis in Roermond. Hij is 82 jaar geworden.

Van de weesjongen uit 1842 tot de conciërge op rust in 1914: Henricus Evers heeft zijn familie in één generatie opgetild van de onderlaag naar de gerespecteerde burgerij. Een leven om trots op te zijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *