Spring naar inhoud

Persoon

VIII.30 Leonardus Seuntjes

Leonardus Seuntjes werd geboren op 20 januari 1803 in Sint Odiliënberg als zoon van Jan Seuntjens en Maria Catharina Busser.

Beroep: akkerman (1817, 1833, 1835, 1842), dagloner (1829, 1837, 1839, 1842)
Doopsel: 20 januari 1803 in Sint Odiliënberg
Getuigen: Petrus Frenken en Maria Reijnders, uit Vlodrop en Leonardus Kamps, uit Bieberen.

Petrus Frenken is getuige namens Leonardus Kamps, afkomstig - zo schrijft de pastoor - uit Bieberen. Zou dat het Duitse Biebren kunnen zijn? Dat is wel een heel eind weg.

Burgerlijk huwelijk: 19 november 1828 in Melick en Herkenbosch
Getuigen: Hubert Wackers, 30 jaar oud, akkerman uit Melick en Reinier Wackers, 29 jaar oud, akkerman uit Melick en Jozef Hendriks, 28 jaar oud, dagloner uit Melick en Pieter Jozef Lechner, 30 jaar oud, veldwachter uit Melick.

Bruidegom is 25 jaar, geboren te Vlodrop, knecht. Ouders bruidegom: Joannes Seuntjens (overleden te Vlodrop 01-03-1819) en Maria Catharina Buijsers (zonder beroep, bevindt zich in hechtenis te Maastricht; toestemming bij notariële akte d.d. 06-11-1828 voor notaris Petrus Dominicus Jessé). Bruid is 30 jaar, geboren te Herkenbosch, zonder beroep. Moeder bruid: Gertrudis Biermans (overleden te Herkenbosch 21-08-1827). Bruid, bruidegom en getuige Jozef Hendriks verklaren niet te kunnen schrijven.

Kinderen:

⚠ Openstaande Onderzoeksvragen

Waar en wanneer overleed Leonardus?

Verhalen

Familierapport: gezin Seuntjens-Biermans (1828 – 1861)

1. Huwelijk en achtergrond (1828)

Op 19 november 1828 traden de 25-jarige knecht Leonard Seuntjens (geboren in Vlodrop) en de 30-jarige Anna Maria Biermans in het huwelijk in de gemeente Melick en Herkenbosch. Dit huwelijk onthulde direct twee opvallende familiedetails:

  • Onwettige afkomst: Anna Maria was een buitenechtelijk kind van de ongehuwde moeder Gertrudis Biermans (die in 1827 was overleden). Haar vader was onbekend.
  • Moeder in hechtenis: De moeder van de bruidegom, Maria Catharina Buijsers, kon niet bij het huwelijk aanwezig zijn omdat zij op dat moment in hechtenis zat in Maastricht. Via een notariële akte moest zij toestemming geven.
  • Analfabetisme: Zowel Leonard als Anna Maria waren analfabeet, een eigenschap die ze hun hele leven zouden behouden in alle aktes die ze lieten opmaken.

2. Woonplaats en gronden

Het echtpaar vestigde zich in Herkenbosch. Uit de kadastrale Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) en latere memories van successie blijkt dat Anna Maria een aanzienlijk eigen erfdeel bezat, geërfd via haar moeder uit de wellicht rijke boerenfamilie Biermans-Reefs.

  • Het landgoed: Ze bracht maar liefst 11 percelen eigen grond (bouwland, tuin en heide) in het huwelijk, met een totale oppervlakte van bijna 1 hectare.
  • De Woning: Ze woonden in een eigen huis met stal en moeshof (kadastraal bekend als Sectie A, nummer 135 en 136). Dit huis lag in de Zandstraat (op den Zandberg) (aan de huidige Daelenbroekweg in Herkenbosch). Hun directe buren waren de weduwe Thomassen en de weduwe Peters.

3. Financiële zaken: leningen en lasten

Het echtpaar voerde een actieve financiële huishouding, waarbij ze het eigen land van Anna Maria slim als onderpand gebruikten om hun gemeenschappelijke boerenbedrijf draaiende te houden.

  • De grote lening (1834): Ze leenden 205 franken van de Duitse koopman Frederic Schmasen. Dit was een zware schuld voor een boerengezin. Als onderpand stelden ze uitsluitend de 11 patrimoniale percelen van Anna Maria garant.
  • Bureau van Weldadigheid (1836): Op 25 mei 1836 lieten ze notarieel vastleggen dat ze jaarlijks een erfpacht/rente van 2 frank en 43 centimen schuldig waren aan de plaatselijke armenzorg. Hiervoor diende hun huis op de Zandberg als onderpand.

4. Kinderen: vreugde en verdriet

Het gezin werd zwaar getroffen door de hoge kindersterfte van de 19e eeuw. Tussen 1829 en 1842 kregen zij vijf kinderen, waarvan er vier op zeer jonge leeftijd overleden:

  1. Jan Leonard (1829 – 1833)
  2. Antoon (1835 – 1842)
  3. Johannes Leonard (1837 – 1837)
  4. Joanna Sophia (1839 – 1839)
  5. Jan / Johannes (geboren 10 februari 1842) – De enige overlevende zoon.

5. Een dubbel bestaan: boer en scharenslijper (tot 1851)

Zij hielden hun aanzienlijke landgoed van ruim 1,7 hectare en hun huis succesvol heel hun leven in hun bezit. Wel zagen zij zich genoodzaakt, vermoedelijk om de zware leningen af te lossen, om een gecombineerd bestaan te leiden. Naast het werk op hun eigen landerijen, werkte Leonard in 1842 als dagloner en trok hij rond als scharenslijper. Dit deed hij hoogstwaarschijnlijk in de rustigere seizoenen, om zo extra contant geld te verdienen. Terwijl Leonard voor zijn ambacht op pad was of elders werkte, runde Anna Maria de boerderij. Zij bleef in de officiële documenten dan ook steevast, en volkomen terecht, te boek staan als “akkersvrouw” of “landbouwster”. Leonard overleed op 18 januari 1851 op 47-jarige leeftijd.

  • Zijn erfenis: Bij zijn dood liet hij de helft van de vijf gemeenschappelijke percelen bouwland na aan zijn enige overlevende erfgenaam, de 9-jarige zoon Jan.
Nalatenschap Leonardus Seuntjens

6. Overlijden en erfenis van Anna Maria (1861)

Anna Maria overleefde haar man ruim tien jaar. Toen zij op 13 juni 1861 op 65-jarige leeftijd stierf, stond zij geregistreerd als “landbouwster”.

  • Het bewijs van afbetaling: De lening van 205 franken heeft het gezin niet geruïneerd. Uit haar Memorie van Successie blijkt dat Anna Maria alle 11 de percelen uit 1834, inclusief het huis op de Zandberg, succesvol heeft kunnen behouden. De schuld is dus afgelost zonder dat het onderpand werd geëxecuteerd!
  • Zoon Jan als grootgrondbezitter: De inmiddels 19-jarige zoon Jan (onder voogdij van Jan Claessen) erfde alle bezittingen van zijn moeder én de resterende helft van zijn vaders goederen. Hiermee werd hij op slag eigenaar van 18 percelen land (ruim 1,7 hectare). Dit verklaart waarom hij zich in latere aktes vol trots en rechtmatig landbouwer kon noemen, hoewel ook hij nooit leerde schrijven. Jan zette het geslacht Seuntjens met succes voort, eerst met Mechtildis Tillemans en later met Cornelia Zusterzeel
Nalatenschap Maria Biermans

Lees een verhaal gebaseerd op de feiten uit dit rapport.

Akkersvrouw en de scharenslijper strijden om huis en gronden op de Zandberg

Wie in de eerste helft van de negentiende eeuw door het Midden-Limburgse dorp Herkenbosch liep, zag een boerengemeenschap die werd getekend door hard werken, armoede, maar ook door een enorme veerkracht. In deze roerige tijd, waarin grenzen verschoven en het gebied jarenlang de facto onder Belgisch bestuur viel, bouwden Leonard Seuntjens en Anna Maria Biermans aan hun bestaan. Hun verhaal is een klassiek, maar aangrijpend voorbeeld van overleven op de schrale zandgronden.

Een huwelijk met een verleden

Wanneer de 25-jarige knecht Leonard en de 30-jarige Anna Maria op 19 november 1828 in het huwelijk treden, dragen beiden al een behoorlijke rugzak met zich mee. Anna Maria is een buitenechtelijk kind. Haar moeder, de ongehuwde Gertrudis Biermans, was echter geen arme verschoppelinge; zij stamde uit een welgestelde boerenfamilie en bezat aanzienlijke landerijen. Omdat Gertrudis nooit trouwde, vielen deze landerijen buiten elke huwelijksgemeenschap en kon Anna Maria dit indrukwekkende patrimonium (erfdeel) ongeschonden overnemen.

Aan de kant van bruidegom Leonard is er sprake van een persoonlijk drama: zijn moeder, Maria Catharina Buijsers, kan niet bij de bruiloft aanwezig zijn. Ze zit op dat moment in hechtenis in de gevangenis van Maastricht en moet via een notariële akte toestemming geven voor het huwelijk van haar zoon. Tegen deze roerige achtergrond, en zonder dat ze zelf hun handtekening onder de akte kunnen zetten wegens ‘ongeleerdheid’, begint het jonge paar aan hun gezamenlijke leven.

Zware leningen in het Belgisch tijdperk

Het echtpaar vestigt zich in een huis met stallen en een moeshof aan de Zandberg (de huidige Daelenbroekweg in Herkenbosch). Anna Maria brengt maar liefst elf percelen land, heide en tuin in het huwelijk, samen goed voor bijna een hectare. Leonard brengt zelf de helft van vijf andere landbouwpercelen in.

Toch heeft het gezin het niet makkelijk. In 1834, tijdens de Belgische Opstand waardoor in dit grensgebied met Belgische franken wordt betaald, sluiten ze bij een notaris een zware lening af van 205 frank bij een Duitse koopman. Het is een enorm bedrag voor een boerengezin. Om de koopman zekerheid te bieden, geeft Anna Maria haar elf persoonlijke percelen op de Zandberg als onderpand. Als ze niet kunnen betalen, raken ze haar hele familie-erfenis kwijt. Twee jaar later, in 1836, blijkt dat ze ook nog een jaarlijkse erfpacht verschuldigd zijn aan de plaatselijke armenzorg, het ‘Bureau van Weldadigheid’.

Een dubbelleven om te overleven

Hoe betaal je zo’n torenhoge schuld af als de oogst op de zandgronden soms tegenvalt? Leonard en Anna Maria kiezen voor een strategie die in die tijd vaker voorkwam, maar ongekend hard werken vereiste: een gecombineerd bestaan.

Naast het werk op hun eigen akkers, verhuurt Leonard zich buiten de oogstseizoenen als dagloner en trekt hij rond als scharenslijper. Met dit ambacht probeert hij het broodnodige contante geld bij elkaar te sprokkelen. Terwijl hij op pad is, rust de zware taak van het boerenbedrijf op de schouders van Anna Maria. Niet voor niets staat zij in de officiële documenten steevast te boek als ‘akkersvrouw’ of ‘landbouwster’. Samen verdedigen ze hun land met hand en tand.

Onvoorstelbaar verlies

Terwijl ze vechten voor hun bezit, slaat in het huis op de Zandberg het noodlot genadeloos toe. De kindersterfte in de 19e eeuw was hoog, maar het gezin Seuntjens-Biermans wordt wel heel zwaar getroffen. Tussen 1829 en 1842 worden er vijf kinderen geboren. Vier van hen — Jan Leonard, Antoon, Johannes Leonard en Joanna Sophia — sterven in de wieg of als kleuter. Pas bij hun vijfde kind, een zoon genaamd Jan (geboren in 1842), keert het tij. Hij zal de enige zijn die de volwassenheid bereikt.

De eindoverwinning van een Anna Maria

Leonard Seuntjens maakt de volwassenheid van zijn zoon niet meer mee. Het zware, dubbele leven eist zijn tol en hij overlijdt op 18 januari 1851 op slechts 47-jarige leeftijd. In zijn overlijdensakte staat hij genoteerd met de nederige titel ‘schaapsherder’.

Anna Maria blijft alleen achter. Wanneer zij tien jaar later, op 13 juni 1861, als 65-jarige landbouwster haar laatste adem uitblaast, wordt pas écht duidelijk hoe succesvol haar levenslange strijd is geweest. Uit de papieren van de belastingdienst (de Memorie van Successie) blijkt dat zij al die jaren geen enkele vierkante meter van haar erfdeel heeft hoeven verkopen. De zware lening uit 1834 is afbetaald. Alle elf de percelen, inclusief het huis op de Zandberg, zijn nog in haar bezit.

Haar enige zoon, Jan Seuntjens, erft op 19-jarige leeftijd zowel het land van zijn vader als het veiliggestelde landgoed van zijn moeder. Met meer dan 1,7 hectare aan grond begint hij zijn volwassen leven als een welvarende boer. De offers van de scharenslijper en de akkersvrouw zijn niet voor niets geweest; de toekomst van de familie Seuntjens in Herkenbosch is veiliggesteld.

In het familierapport Seuntjens-Biermans vind je de feiten en de primaire bronnen waarop dit verhaal gebaseerd is.