Spring naar inhoud

De vruchten van de zandgrond: rijkdom voor Henricus Veugen en zijn gezin

Voor de familie Veugen was de aarde rond Nederweert geen plek van uitsluitend zweet en armoede; het was een bron van voorspoed. Terwijl veel van hun dorpsgenoten de eindjes aan elkaar moesten knopen met een rammelend weefgetouw, wist Henricus Veugen zijn landerijen jaar in jaar uit uit te breiden. Met de ijver die boeren op de zandgrond kenmerkt, kocht hij stukje bij beetje akkers, weilanden, moeras en heide aan, tot zijn eigendom bijna 19 hectare besloeg.

Maar het echte levenswerk van Henricus en zijn vrouw Elisabeth de Jongh lag niet in het zand of in het geld dat ze belegden op de Rijkspostspaarbank, en ook niet in de verstrekte hypotheken aan dorpsgenoten. Het lag in het leven zelf. Terwijl om hen heen de kindersterfte onverbiddelijk toesloeg in Midden-Limburg, zag Elisabeth al haar elf kinderen gezond opgroeien. Elf monden om te voeden, elf kinderen om te kleden, en elf kinderen die stuk voor stuk volwassen werden en in het huwelijk traden of aan het werk gingen.

Toen Henricus in december 1899 de ogen voorgoed sloot, liet hij geen gebroken gezin achter, maar een kleine dynastie. Een paar maanden later, op de warme zomerdag van 25 juni 1900, verzamelden al die elf kinderen, vergezeld door hun kersverse echtgenoten, zich om de enorme erfenis te regelen. Van de oudste dochter Anna Catharina tot de piepjonge, negentienjarige Cornelis; ze stonden er allemaal.

Henricus liet hun een aanzienlijk fortuin na, maar ook een wijze les over vertrouwen. Hun vader, de succesvolle boer, had ooit een fors bedrag van elfhonderd gulden toevertrouwd aan notaris Le Bruin, een man van aanzien. Die beslissing bleek een van de weinige inschattingsfouten van Henricus. Jaren na zijn dood zaten de kinderen nog met de brokken van die lening, in kleine, schamele percentages afbetaald door een notaris die zijn titel en eer inmiddels was kwijtgeraakt. Maar zelfs dat verlies kon de welvaart van de familie Veugen niet deren. Ze stonden met hun voeten stevig in de Limburgse klei en zandgrond; met z'n elven waren ze sterker dan wie dan ook in Nederweert.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *