Het grote gezin Graus moest in de roerige jaren twintig creatief zijn om te overleven. Hubertus Wilhelmus werkte hard in de haven, maar probeerde daarnaast blijkbaar wat bij te verdienen als marktkramer. Dat hij daarbij soms het randje van de wet opzocht uit pure noodzaak, blijkt uit een opmerkelijk document dat diep in de archieven van de Antwerpse Vreemdelingenpolitie verborgen lag: zijn Strafregister.
Op 18 mei 1928, Hubertus is dan inmiddels vijftig jaar oud, reist hij af naar de markt in de nabijgelegen stad Lier. Waarschijnlijk probeerde hij daar waren aan de man te brengen om de wekelijkse inkomsten wat aan te vullen. Maar de lokale politie houdt een strenge controle en betrapt Hubertus op heterdaad. De reden? Hij is op de markt in het bezit van "vals gewicht". Oftewel: hij had geknoeid met zijn weegschaal of gewichten, waardoor de klanten net iets te weinig product kregen voor hun zuurverdiende franken.
Tot overmaat van ramp had hij ook zijn vreemdelingenkaart ("I.K.") niet bij zich. De Politierechtbank in Lier was onverbiddelijk en deelde een boete uit van meerdere tientallen franken (15fr x 10) en een voorwaardelijke celstraf. Een kleine ambtelijke smet op zijn blazoen, maar honderd jaar later vooral een mooi en menselijk bewijs van een huisvader die alles op alles zette om in de metropool te overleven.
