In de nazomer van 1895 stond de zeventienjarige Hubertus Wilhelmus Graus plotseling voor de verantwoordelijkheden van het vaderschap. Zijn partner, de twee jaar oudere Catharina Maria Schalbroeck, schonk op 19 augustus het leven aan hun eerste zoon, Franciscus Ludovicus. Een huwelijk bleef echter uit, en wel om een dwingende juridische reden. Volgens het toenmalige Burgerlijk Wetboek moesten mannen minimaal achttien jaar oud zijn om in het huwelijk te mogen treden. Voor een eerdere verbintenis was een zeldzame en dure Koninklijke dispensatie nodig, een luxe die voor een jonge arbeidersfamilie in Antwerpen onbereikbaar was. Hun zoon werd zodoende als onwettig kind geregistreerd in de boeken van de burgerlijke stand.
Twee jaar later kon het jonge paar hun gezin eindelijk officialiseren. Op 21 augustus 1897 gaven Hubertus en Catharina elkaar het ja-woord in het stadhuis van Antwerpen. Tijdens deze plechtigheid werd hun oudste zoon direct officieel door de vader erkend en daarmee gewettigd. Dat de bruiloft op dat specifieke moment in de nazomer werd gepland, was beslist geen toeval: de bruid stond hoogzwanger voor de ambtenaar. Nog geen twee maanden na de voltrekking van het huwelijk, op 18 oktober 1897, werd de tweede zoon van het gezin, Henricus Franciscus Hubertus, geboren.